is toegevoegd aan uw favorieten.

De almanak

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de zestiende eeuw leefde er een Italiaansch geneesheer , Aloys Lili genaamd, die een plan tot duur ■ zanie verbetering van den Kalender ontwierp, maar kort daarna stierf. Stervende liet hij 't zijnen broeder na, en deze legde het den kardinaal voor, die later, onder den naam van Gregorius XIII, den pauselijken stoel beklom. Van hier moest de verbetering uitgaan, daar men nu eenmaal gewoon was, reeds sinds 1000 jaren, uit Rome de bepaling der kerkelijke feestdagen, en dus geheel den Kalender te ontvangen.

Gregorius XIII liet door eenige geleerden het hem voorgelegde ontwerp uitwerken, en zond het ter beoordeeling aan onderscheidene vorsten en hoogescholen , waarop het, na de algemeene goedkeuring verworven te hebben , werd vastgesteld en uitgevoerd.

Intusschen waren de zaken nog erger in de war, dan tijdens het concilie te Nicéa. Want in die 1250 jaren had men bijna 10 dagen te veel gekregen, en ging dus de Almanak even zoo vele dagen na, zoodat 11 Maart de ware lente begon. Om allereerst deze fout van het verledene te herstellen , werden er — even als in de vierde eeuw — weder een tiental dagen weggelaten, zoodat op den vierden terstond de vijftiende October 1582 volgde.

Om nieuwe verwarring voor te komen, zouden binnen den tijd van vier eeuwen drie schrikkeljaren wegvallen, te weten : het laatste van iedere eeuw, die niet door vier deelbaar is. Zoo werd 1600, kort na de verbetering, als gewoonlijk een schrikkeljaar, maar de jaren 1700 en 1800 waren het niet, en 1900 zal het ook niet wezen, tot weder 2000 een schrikkeljaar wordt.