Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— pentakosta of de 50ste dag-,— wijst dat uit, als wij den eersten en laatsten beide mede tellen, even als wij van acht dagen spreken, terwijl wij een§ week van 7 dagen bedoelen.

Maar die manen zoo lang in voorraad te bepalen , ging ook weder niet. En zoo zocht men allerlei hulpmiddelen, om het paaschfeest van een gegeven aar, zonder dat, uit te rekenen. Van daar de vreemde namen, waarvan ik reeds sprak. Wij beginnen met den Maancirkel en Gulden Getal.

Reeds de oude Egyptenaren hadden , door het nauwkeurig opteekenen der data , uitgerekend, dat na elke negentien jaren de nieuwe en volle maan, eersteen laatste kwartier, weder op dezelfde dagen van het jaar vielen. Is het bij voorbeeld 1 Januari nieuwe maan, zoo valt dat na 19 jaren even zoo, en volgt dan de geheele loop der maan, tot 31 December, ook even eens; als ten minste het schrikkeljaar dit niet, voor de tien laatste maanden , éenen dag doet verschillen. Reeds .43*2 jaren vóór Christus werd door Meton deze maancirkel aan de Grieken bekend gemaakt, en daarom naar hem genoemd. In die 19 jaren vallen dan 7 Joodsche schrikkelmaanden.

Het Joodsche paaschfeest is nu naar dezen tijdkring gemakkel'yk uit te rekenen, maar nog niet het Chris" telijke. Daarbij komt nog een bezwaar, dat wij hier niet eens mede tellen. De bedoelde 19 jaren zijn naar den Juliaanschen kalender berekend, en dus altijd iets te lang, al is 't dan ook maar weinig meer dan een vijftigduizendste.

Met dat al, t was toch een behulp, waar men verder mee komen kon. Toen nu aan Dionysius den

Sluiten