Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk op dezelfde grondslagen,—uit het jaartal den datum van den paaschzondag kan berekenen. Ik deel die hier echter niet mede, omdat ik geen kans zie, om den grondslag dezer berekening in weinig woorden u duidelijk te maken, waardoor het toch enkel machina 1 werk zou blijven. Gij behoeft dan ook den Almanak niet te berekenen voor volgende jaren. Doet gij 't later, dan weet gij nu ten minste, waarop in 't algemeen die berekening steunt. Ik neem dus van de Paschen afscheid met eene opgave der eerstvolgende

Daac?nkfooc+£m "Hat. Hpmfilvflflrtsnaer altud de zesclo

X O

donderdag daarna invalt en Pinksteren zeven weken later, weet gij nu al. Schrijft er die dan nu zelf eens bij. Voor 't gemak geef ik alleen den paaschzondag der eerste tien jaren op.

1873 — 13 April. 1878 — 21 April.

-1874 — 5 d '1879 — 13 »

1875 — 28 Maart. 1880 — 28 Maart.

1876 — 16 April. 1881 — 17 April.

1877 — 1 » 1882 — 9 »

En hiermede zijn wij door de vreemde namen heen. Er staat nog wel in den Almanak van dit jaar: sRomeinsche Indictie 1" maar datkon er best uitblijven, 't Is eene periode van 15 jaren, die 3 jaren vóór onze tijdrekening begonnen is, en dus in dit jaar weder begint. Zij had betrekking op de belasting in 't Romeinsche rijk, en moet ten tijde van Konstantijn in Duitschland ingevoerd en bij het

Sluiten