Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beweegt, weten wij nu al. En dan ook, dat de aarde tweeërlei beweging heeft, die zij schijnbaar de zon laat doen. De ééne beweging, de omwenteling der aarde om hare as, geeft ons dag en nacht; de andere, de omloop om de zon heen, schenkt ons de jaren.

Met de laatste hebben wij nu alleen te maken. Daardoor schijnt de zon eiken dag, terwijl zij 24 uren vooruit gaat, daarop bijna vier minuten terug te gaan, dat de sterren niet doen. Als wij dezen over dag konden zien, zouden wij de zon eiken dag en vooral elke week en iedere maand in ander* gezelschap zien. Iedere vaste ster, die voor eene poos bij haar staat, zal al spoedig de zon vooruit raken.

Zoo gaat dan de zon in één jaar een geheele menigte sterren voorbij, tot zij aan het einde daarvan weder bij dezelfde te recht komt, zooals wij vroeger zeiden, dat er 366 sterrendagen zijn tegen 365 zonnedagen.

Om nu in die eindelooze menigte sterren den weg te vinden , hebben de ouden er allerlei figuren van gemaakt, die men sterrenbeelden noemt. Eéne daarvan, den grooten beer, hebben wij reeds leeren kennen, toen wij naar de poolster zochten, 't Is waar, er behoort eene sterke verbeelding toe, om uit eenige sterren zulk eene figuur zich te denken ; maar het onthoudt toch gemakkelijker, dan wanneer men den hemel eenvoudig in vakken afdeelt en. die nommert. Al is dit mathematisch juister, met al die mathesis raakt de poëzie de wereld uit. En hoeveel poëzie er in die sterrenbeelden schuilt, weet de oude fabelleer u te vertellen.

Sluiten