Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Keeren wij nu tot den jaarlijkschen omloop der zon terug, clan is het duidelijk, dat die altijd door of langs een vaste reeks sterren geschiedt, en deze sterren als een gordel de aarde omgeven. Die sterren nu, met hare naburen, noemde men den zonneweg, verdeelde dien in twaalf even groote vakken, en maakte van ieder vak een hemelteeken. En daar nu de meeste dier teekens, zoo als gij uit den Almanak gehoord hebt, dieren waren, noemde men den geheelen gordel, dien de zon doorloopt: »den dierenriem."

Wij willen het ons eens duidelijk maken. Verbeeldt u een ronde zaal, waarvan de muur in twaalf vakken is verdeeld. Op elk van dezen is één der genoemde beelden geschilderd. Een helder brandende lamp staat juist midden in de zaal, op een tafel of standaard. Gij wandelt langs den muur rond. Eigenlijk moest gij daar een jaar voor besteden; maar daar zult ge geen lust in en geen tijd toe hebben, 't Is ook niet noodig. Gij kunt het u even goed verbeelden. Als gij nu maar altoos op de lamp en op den muur blijft kijken, ziet gij, dat het licht al de twaalf teekens rond gaat. De muur verbeeldt den sterrenhemel , de lamp de zon , en gij de aarde.

Nu is de zaak eenvoudig; maar ik moet u nog de teekens leeren, waarmede men de sterrenbeelden van den dierenriem aanduidt: want als gij eens in een of anderen korten Almanak vondt in zoudt gij er zeker niet in terug vinden, wat wij het eerst gelezen hebben: »de zon in den Waterman."

Bij het optellen dier teekens begint men niet van het Nieuwejaar, maar met de lente, en noemt dan

Sluiten