is toegevoegd aan uw favorieten.

De almanak

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

knikker over den grooten cirkel, dan is dat de aarde; en een kleine pil, die de maan moet verbeelden, over de voortloopende cirkeltjes. Gij ziet 'dan zelf, dat bij eiken omloop, als het kleine bolletje het verst van 't middelpunt van den grooten cirkel af is, de knikker tusschen hem en dat middelpunt staat. Met andere woorden: iederen 29 dag, juist als het volle maan is, moest zij geheel door de aarde overschaduwd en dus verduisterd worden.

Dat geschiedt echter niet; maar twee van de twaalf keeren. Waarom ?

Eenvoudig omdat uwe lei de zaak niet volmaakt juist voorstelt. De lei is plat. Alle cirkels, die gij er in en over elkander op teekent, loopen dus over dezelfde vlakte. Maar dat gaat niet zoo aan den sterrenhemel. De aarde en de maan, en al de planéten hebben elk haar eigen vlak, waarin ze zich bewegen, al snijden deze vlakken elkander, omdat alles om de zon draait. .

Nemen wij nu— dat is gemakkelijker, — de schijnbare beweging der zon om de aarde in den tijd van een jaar, en de wezenlijke beweging der maan binnen eene maand. Lagen die beide bewegingen in dezelfde vlakte, dan was het iedere maand maaneclips. Maar nu draait de maan de ééne helft van haar omloopstijd boven, de andere helft beneden den zonneweg, en snijdt hem dus op twee punten. Wilt gij 't u verbeelden, maak dan een kleinen hoepel met touwtjes vast midden in een grooten hoepel; maar zóó, dat de kleinere een weinig scheef zit, half boven, half onder— of half regts en half links van het groote hoepelvlak. Nu ziet gij zelf, dat er twee pun-