Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rond is; en de oude Chinezen, die opgemerkt hadden, dat na een tijdvak van achttien jaren en elf dagen de maansverduisteringen geregeld terugkwamen, en ze dus op die wijze, zondersterrekundigeberekening, vrij nauwkeurig vooruit bepaalden. ,

25.

DE PLANÉTEN. ZONNEVLEKKEN.

De ouden merkten reeds op, dat enkele sterren gedurig van plaats veranderen. Vooral moest dit in het oog vallen bij de avondster, die telkens na eenige maanden verdwijnt, en dan als morgenster terug keert. Zoo lang zij nu van deze bewegingen geen reden of regel wisten op te geven, zeide men, dat die sterren rond dwaalden aan den sterrenhemel, en noemde ze dwaalsterren of (in 't Grieksch) planéten. Nadat men hare beweging heeft leeren verklaren en berekenen, hebben zij dien naam toch gehouden.

Gij weet nu al, dat de aarde in een ellips of langwerpig roncl om de zon heen draait; en de planéten doen dit ook. Maar twee zijn dichter bij de zon, en men noemt ze binnenplanéten; vijf zijn verder van haar af, en heeten buitenplanéten. Acht teekens onderscheiden de acht planéten, — de aarde mede gerekend, — maar daar die zelden in onzen Almanak voorkomen, geef ik ze maar niet op. De orde, waarin

Sluiten