Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die acht van de zon verwijderd zijn, is: Merkurius, Venus, de Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus. Buitendien zijn er nog tusschen Mars en Jupiter omstreeks tachtig zeer kleine planéten, in plaats van ééne groote, maar die zijn voor het bloote oog niet zichtbaar.

Het zou wel aardig wezen, wanneer de school ruim genoeg en rond was, dat wij er eens alles opruimden, en een groot caroussel van maakten, dat ons planéten- of zonnestelsel verbeeldde. Ik zou dan een lantarenpaal in 't midden zetten, en daar in 't rond al grooter en grooter langwerpige cirkels of ellipsen trekken, voor de banen der planéten. En dan zette ik een jongen, met den naam van een planeet op zijn muts, op elk van de acht cirkels, en liet ze, bij het licht der lantaarn langzaam in 't rond wandelen.

Als gij nu de derde van de lantaarn af zijt,— en dus de aarde verbeeldt. — wat ziet gij dan ?

Vooreerst, dat de andere jongens nu eens nader, dan weer verder van u af zijn; nu eens in dezelfde lijn van 't licht, en dan weder vlak tegenoveru. Dit gaat met de planéten ook zoo. Ze schijnen den éénen tijd veel grooter dan den anderen tijd, en zijn nu eens 's avonds, j 's nachts of 's morgens een tijd lang te zien, en dan weder over dag onzichtbaar. Maar Venus zien wij bijna altijd, als zij 'smorgens vóór de zon opgaat, als morgenster, of haar als avondster volgt bij het ondergaan. Merkurius staat te veel in den gloed der zon, om er veel van te zien.

Verder volgt ,hier nog uit, dat er maar twee jongens zijn, die u in 't licht kunnen staan; met andere

Sluiten