Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijd. Om aan liunne kerkelijke verordeningen meerdere vastheid en kracht te verzekeren, wenscliten zij ook de bisschoppelijke waardigheid in hun midden ingevoerd te zien. Zij zonden daartoe drie hunner geestelijken tot de Oosteni'ijksclie Waldenzen. Deze hadden te midden hunner afzondering van hunne Broeders in Piemont, en uit vrees, dat hunne priesters zouden uitsterven, in het jaar 1433, twee mannen door de Kalixtijnen tot priesters laten wijden. Deze werden later op de Kerkvergaderingte Bazel (1434) in de volle verzameling der Roomsche priesters, door Roomsche bisschoppen, overeenkomstig hunne gebruiken tot bisschop gewijd. Zoo kon dus dit Broederverbond, van de Oostenrijksche Waldenzen, de regtmatige bisschoppelijke wijding ontvangen. Hun opperste bisschop stephanus, bijgestaan door twee andere TV aldensische bisschoppen, diende hun de bisschoppelijke wijding toe, en verleende verder hun het regt, om de verkregen waardigheid ook op anderen over te dragen. Teruggekeerd wijdden zij op de derde Synode te Lotlia mathias von kuuewald tot oppersten bisschop en voerden als zijne assessoren of medehelpers met hem het opperbestuur over de Broeders. Bovendien stelden zij een geestelijken raad in van 10 ouderlingen, zoo geestelijken als leeken, en zoo werd het Broederverbond in het jaar 1467 tot de waardigheid van een kerkgenootschap verheven, en voortaan: ,/de Broederkerk" genaamd.

Gelijk het Broederverbond ontstond uit behoefte des harten naar ware gemeenschap in Christus , zoo bleef ook de Broederkerk gedachtig, dat jeztjs Christus niet vo or ons alleen is gestorven, maar, opdat Hij ook de kinderen Gods, die verstrooid waren, tot één

Sluiten