Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn vaderland, oiu aan zijne geliefde landslieden, voornamelijk dengenen, die door de opwekking waren voorbereid, de genade in chiustus te verkondigen, welke hij aan zijn eigen hart had ondervonden. Door de genadige leiding des Heeren bezocht hij juist die plaatsen, waaide Broeders vroeger hadden gewoond, zoo als Zauchtenthal, Kunewald, enz. Hij ontmoette daar hunne nakomelingen, die, gebukt onder de zware verdrukkingen hunner Roomsche overlieden, reikhalzend uitzagen naar eene plaats, waar zij den Heer ongestoord zouden kunnen dienen. De predikant schuier in Görlitz bragt christiaan uavid in kennis met zekeren jongen graaf van zinzendore , en deze verklaarde zich bereid om die arme, verdrukte Moraviërs op zijn landgoed Berthelsdorf, in Saksen, te huisvesten. Christiaan david keerde met deze boodschap onmiddelijk naar Moravië terug, en, tegen het einde van Mei 1722 verlieten tien personen, waaronder ook de kleinkinderen van den reeds vroeger genoemden georg jaesciike, hun vaderland, en kwamen in de maand Junij te Berthelsdorf aan. Daar de graaf van zinzendorf toen juist afwezig was, wees zijn rentmeester heiz den armen landverhuizers een stuk grond aan, bij den zoogenaamden Hutberg, aan den straatweg tusschen de steden Loeban en Zittau, om zich daar neder te zetten. Op den 17de" Junij 1722 velde christiaan david den eersten boom, tot het bouwen van het eerste huis, waarbij hij deze woorden van den psalmist aanhaalde: „Hier heeft de vogel //een huis gevonden, en de zwaluw een nest „voor zich bij uwe altaren, Heer der heirscha„ren, mijn Koning en mijn God!" (Ps. 84 : 4).

Sluiten