is toegevoegd aan uw favorieten.

Kort overzigt van de geschiedenis en inrigting der Evangelische Broederkerk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot iedere bisschoppelijke wijding, heeft de bisschop de magtiging van het hoofdbestuur der Kerk, tot alle andere ordeningen, die van het Provinciaal kerkbestuur, noodig.

Behalve de drie genoemde kerkelijke bedieningen, bestaat in de broederkerk, nog de instelling der ,/Akoluthie" (navolging). Broeders en zusters namelijk, die zich aan de dienst des Heeren in de gemeente, of aan het zendingswerk toewijden, betuigen hunne bereidwilligheid tot dit werk op plegtige wijze, door de hand, die zij den dienaars der gemeente reiken. Dit geschiedt in eene vergadering van het kerkbestuur, of wel in tegenwoordigheid der gemeente, en heet de aanneming tot de akoluthie.

De broedergemeenten worden in drie klassen verdeeld: in plaatselijke gemeenten (Ortsgemeinen), staden landgemeenten, en verstrooide (of buiten) gemeenten. De leden der eerstgenoemden wonen in een afzonderlijk, binnen bepaalde grenzen besloten gedeelte, of ten minste in plaatsen of straten van de overige bewoners gescheiden. De leden der stad- en landgemeenten zijn in eene stad, of in een dorp verspreid, maar maken evenwel eene kerkgemeenschap uit, en hebben ook een eigen bedehuis. De buitengemeenten bestaan uit leden, die verstrooid wonen, maar zich aan eene plaatselijke gemeente aansluiten, om Gods Woord te liooren, de Sacramenten te ontvangen, en in de voorregten van zulke gemeenten te deelen. Het ligt in den aard der zaak, dat vele onzer eigenaardige gebruiken en plegtiglieden, alleen in eene plaatselijke gemeente, in hun geheel kunnen worden nagekomen.

Het bestuur over elke zelfstandige gemeente is aan eene