Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van die takken van nijverheid, welke in de meeste plaatsen voor rekening der gemeente worden uitgeoefend. Zij, aan wie de leiding dier handelszaken is opgedragen, zijn allereerst aan den voorstander der gemeente ondergeschikt, en gelijktijdig ook aan het Bestuur der ouderlingen, en het Opzieners-Collegie verantwoording verschuldigd. Het oppertoezigt over de administratie der uitwendige belangen van alle gemeenten wordt door het Hoofdbestuur, (Unitats-Aeltesten-Conferenz) gehouden, en voornamelijk door dat gedeelte, hetwelk meer bijzonder met de regeling dier belangen is belast (Vorsteher Departement). De jaarlijksclie rekeningen der gemeente, opvoedings-gestichten, koorhuizen, moeten daarheen worden opgezonden. Door middel van deze bepalingen, maken de gezamenlijke plaatselijke gemeenten, ook met betrekking tot de uitwendige huishouding, één geheel uit.

Ieder lid der gemeente heeft de vrije beschikking over zijn vermogen of inkomen; want de reeds genoemde bijdragen voor de behoeften der gemeente en der jansche Kerk, zijn geheel vrijwillig. Wij mogen echter billijk verwachten, dat niemand die daartoe in staat is, zich aan de ondersteuning van al hare belangen, onttrekken zal.

Men ziet in de Broedergemeenten naauwkeurig toe, dat, zooveel mogelijk, een ieder zijn eigen brood ete, en niet door traagheid, of armoede, door eigen schuld veroorzaakt, openbare ondersteuning noodzakelijk make; diegenen echter, welke door ouderdom, ziekte, of andere omstandigheden buiten hunne1 schuld, hulpbehoevend zijn geworden, ontvangen de noodige tegemoetkoming uit de bestaande armenkassen. Voor het onderhoud van rustende dienaars dei gemeente, wordt evenzeer op doelmatige wijze gezorgd.

Sluiten