is toegevoegd aan uw favorieten.

Kort overzigt van de geschiedenis en inrigting der Evangelische Broederkerk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In deze verordeningen, wat liare hoofdzaken betreft, reeds in de statuten der gemeente te Herrnhut den 12den Mei 1727 vastgesteld, en éfedert door de Synoden nagezien, en liier en daar, naar de behoefte des tijds, gewijzigd, — wordt op grond der Heilige Schrift alles uitgedrukt, wat de Broedergemeente als hare roeping erkent, ook wat hare verhouding tot andere kerkgenootschappen aangaat; welke pligten de leden jegens de overheid, de over hen gestelden, de dienaars der gemeente, en jegens elkander te vervullen hebben. Deze verordeningen dienen tot rigtsnoer voor de voorgangers der gemeente, bij de uitoefening der kerkelijke tucht; welke echter bij alle onpartijdigheid en noodige gestrengheid, nooit den geest van Christus, welke die der teregtwijzende, heiligende liefde is, mag verloochenen. Door de bestaande inrigtingen zoekt men in het algemeen afwijkingen en openbare zonden te voorkomen, en door eene bijzondere waakzaamheid voor het heil der zielen, hen voor elk dreigend gevaar te waarschuwen; maakt men zich evenwel aan misstappen en zonden schuldig, dan volgen de verschillende bestraffingen, naar aanleiding van des Heeren bevel (Matth. 18 :15—17). Blijft de eerste broederlijke teregtwijzing door den zielzorger, vruchteloos, of wordt zij door zwaardere overtredingen gevolgd, dan volgt de bestraffing door het Opzieners-Collegie, en tegelijk de ontzegging van het gebruik des H. Avondmaals. Wie zich echter aan zware zonden, waardoor ook anderen verleid werden, schuldig maakt, die wordt geheel buiten de gemeente gesloten (1 Cor. 5 : 13). Alleen eene waarachtige bekeering, die zich in een opregt berouw over de gepleegde zonden, en in een veranderden levenswandel openbaart, kan tot de wederop-