is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen naar aanleiding van de ingediende Wet op het Lager Onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gingen van volksonderwijs, door allerlei menschen, de groote kwestie afdoende te behandelen. — Er zijn vele politieke tinnengieters; maar, voor zoo ver ik heb kunnen oordeelen, nog meer onderwijs-tinnegieters.

Onder deze omstandigheden zal ik wel geene redenen behoeven aan te voeren, waarom ook ik de pen heb opgevat, om in het groote debat ook een woordje mede te spreken. Van mijne jeugd af opgeleid voor het onderwijs, en steeds als onderwijzer werkzaam geweest zijnde, meen ik althans even veel recht tot spreken in deze zaak te hebben, als ieder ander. Ook ben ik aan geen partij verknocht, heb ik niemand naar de oogen te zien of naar den mond te praten, en verfoei ik uit het diepst mijns harten allen en een iegelijk, die de onderwijskwestie tot eene politieke kwestie hebben verlaagd, verlagen of zullen verlagen, van welke richting die heeren ook waren, zijn of zijn zullen. — Ik gevoel mij een vrij Nederlander, verdraagzaam voor een ieder, zoolang die ieder te verdragen is, d. w. 2. praat over dingen, die hij weet, en zwijgt over dingen, die hij niet weet, niet weten kan of zij moesten hem aangewaaid zijn, en dat gebeurt toch maar zelden; en zoolang hij mij de bewijzen geeft, dat het hem er niet om te doen is, om mij te verdringen van een plaats, waarop ik ben en recht heb. 't Gevolg van dit alles is, dat ik dankbaar het goede aanneem waar ik het maar vind, en niet vraag, — gelijk helaas! zoo velen, — van waar en van wien komt het ? en dat ik ook, zoo als Braga in der tijd, den draak zal steken, met allen die doen, zoo als, volgens Braga, te dier tijd de heeren van „de Gids" deden, maar, misschien dank zij Braga, nu niet meer doen.

Ik zal de wet dan ook geheel en al uit het Paedagogiscli oogpunt bezien, en zoo veel mogelijk objectief bespreken. — Maallaat ik mij voorzichtiger uitdrukken, en niet beloven wat ik niet doen kan. Ik zal de wet niet in haar geheel beschouwen, en al haar deelen afzonderlijk nagaan; maar alleen de groote punten van verschil, die tegenwoordig over 't onderwijs aan de orde van den dag zijn, releveeren: en daarover mijne ge-