is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen naar aanleiding van de ingediende Wet op het Lager Onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dachten geheel uitspreken, en waar ik het noodig vind met redenen orakleeden. Al deze punten zijn in de concept-wette vinden, maar. natuurlijk in een bepaalden zin opgelost.

Ik zal zeer zeker het een en ander te sprake brengen, waaraan den wetgever als zoodanig weinig gelegen is; maar waarvan ik de overtuiging heb, dat het ook hier, bij de bespreking van het lager onderwijs, te pas komt, omdat het tot uitbreiding of inkrimping van een wetsartikel aanleiding zou kunnen geven, zoo de leden der Wetgevende Vergadering er over dachten gelijk ik.

Bij de beoordeeling van de concept-wet van den Heer Heemskerk mogen twee zaken niet uit het oog verloren worden: namelijk het artikel der Grondwet, dat voorschrijft, dat overal van staatswege voldoend lager onderwijs gegeven worde; en de ernstige klacht tegen het steeds meer om zich grijpen van dit staatsonderwijs aangeheven door niet weinigen, die getoond hebben, voor het onderwijs hunner kinderen, in een door hun gewilden zin, niet slechts groote woorden, maar ook gelden over te hebben.

Dat bij de beoordeeling, naarmate men — om welke reden ook — voor of tegen het staatsonderwijs ijvert, de een deze de ander gene dier zaken over het hoofd zien zal, is zoo zeker als tweemaal twee vier is.

Het rekenen met bestaande toestanden schijnt eene deugd te zijn, die voor velen te hoog is, en te groote zelfverloochening eischt, dan dat men haar ook maar wil beoefenen. — De meeste menschen schijnen kleine kinderen te zijn, die met dwingen en schreeuwen hun zin willen krijgen; en als het regent, en zij dus niet naar buiten kunnen gaan, misschien wel denken door hun geschreeuw den regen te zullen doen ophouden: of neen — zóó ver denken zij niet eens — zij willen alleen wat zij willen.

De wet van 57 mocht slechts weinigen behagen. Van alle