is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen naar aanleiding van de ingediende Wet op het Lager Onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kanten werd zij weldra aangevallen: A wilde dit, B dat veranderd zien. Toch heeft zij een bestaan van 20 jaren gehad. "Waaraan dit betrekkelijk lange leven, bij al die aanvallen, te danken is, is licht in te zien. 't Is gemakkelijker over iets te klagen, dan iets beters te maken; en wat A beter vindt, vindt B slechter. Er is met zooveel strijdige begeerten en eischen te rekenen; en de wet, door een Minister met zorg en naar zijn beste weten gemaakt, vindt daarom nog geen genade in de oogen des volks en zijner afgevaardigden ter StatenGeneraal; zij kan hem vrij wat onaangenaamheden bezorgen, misschien wel van zijnen ministerieelen zetel drijven.

Het indienen eener wet, vooral eener wet op het Lager Onderwijs, in de Kamer, is geene kleinigheid; zij kan het land in rep en roep brengen, getuige de concept-wet van den Heer v. Reenen. En althans de Heer Moens, Inspecteur van 't Lager Onderwijs in de provincie Utrecht en lid der Tweede Kamer voor Sneek, dus schoolman (qu'on me passé ce mot) en staatsman tevens, was, niettegenstaande de gedurige verklaringen van den Heer Heemskerk, dat hij een wet op 't lager onderwijs zou indienen, en niettegenstaande de bewijzen, die hij als Inspecteur had, dat de Minister aan die wet werkte; de Heer Moens althans was zoo weinig gerust *), dat die wet werkelijk komen zoude, dat hij met zijn voorstel, het bekende voorstel Moens van 22 Febr. 1876, voor den dag kwam. Men heeft de handelwijze van den Heer Moens —■ onder anderen in eene brochure van een oud-schoolopziener — zeer gegispt: maar, zooals Cicero in zijn werkje over de Plichten heeft opgemerkt, en zeker honderden voor en na hem, is bij eene coliisio officiorurn, de grootere plicht boven den minderen te stellen. En de Heer Moens stelde zeker zijn plicht als lid van 't Wetgevend Lichaam 2) boven zijn plicht als Inspecteur, en dus inférieur

1) Zie J 1 der Memorie van Toelichting van het Voorstel van den heer Moens: aan 't eind.

2) aldaar. „Hij acht zich verplicht aan de Volksvertegenwoordiging enz."