is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen naar aanleiding van de ingediende Wet op het Lager Onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de vierde soort van drieklanken alleen bij den derden toon van do minor-gamma wordt gevonden, of de afgeleide accoorden van een septime-accoord bij name weet te noemen (Verg. Ex. Bellingwolde.) Laat alle schoolmeesters liet recht hebben met de kinderen te zingen, ook zonder dat zij de bij het besluit vau 28 Aug. 1865 vereischte, „kennis van de accoorden, zoover die noodig is om grondig onderwijs in het zingen te geven" hebben. En laat zoo de onderwijzeressen allen het recht hebben om onderwijs te geven in het naaien, breien, stoppen (kousenstoppen, niet servetten of tafellakens) en mazen. Er moet geen school zijn, waar dit niet kan geleerd worden; en eisch des noods, dat zij bij haar examen als hulponderwijzeres, een knoopsgat kunnen maken (ik heb gehoord dat dit nog al moeielijk is) en een kous kunnen mazen. Als zij eenmaal trouwen, zullen zij dat toch moeten doen, en ik gun allen hulponderwijzeressen den huwelijken staat: ook zullen zij haar eigen kleeren wel in orde moeten houden. Om niet te veel van haar te vergen voor 't examen — de vormleer gaat nu toch weg — zou men bij haar wat minder streng kunnen zijn in 't eischen van bepalingen in de taalkunde; en wat meer door de vingers zien bij de jaartallen der Geschiedenis.

Dat niemand les mag geven in de gymnastiek zonder een vooral theoretisch niet te licht examen, zal wel voorzeker ieder goedkeuren. De gymnastiek zou anders gevaar loopen van nadeelig te werken in plaats van voordeelig. Maar hij mag het wel. Zie art. 53 in Mem. van Toelichting op dat artikel. Over het teekenen zal ik het zwijgen bewaren, wijl ik zelf maar weinig heb geteekend, en ik zulke verschillende resultaten, zelfs bij de bekwaamste meesters, heb gezien. Of echter het handteekenen op de lagere school zooveel bijdraagt, om kunstzin en kunstgevoel op te wekken en aan te kweeken, zooals de Minister zegt, (Mem. v. Toel. § 3, alinea 6.) daaraan meen ik te mogen twijfelen, experientia doctus. Als er echter nog tijd over is, laat de kinderen dan teekenen naar hartelust; en vooral naar de natuur, d. i. naar voorwerpen: