is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen naar aanleiding van de ingediende Wet op het Lager Onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschikken over de gemeente-, de provinciale-, de staatskas! Ik heb wel gehoord van voorstanders van het Bijzonder Onderwijs, die hun portefeuille openden, en een bankje of wat van ƒ 100 of ƒ 1000 daaruit haalden, om het bijzonder onderwijs hier of daar te steunen: maar nog nimmer heb ik geboord van een voorstander van kosteloos onderwijs, die aan een gemeente eene dergelijke gift verstrekte, om haar het kosteloos onderwijs gemakkelijk of mogelijk te maken. Gij kunt het mij dus niet kwalijk nemen, wanneer ik uwe philanthropie eene

zeer goedkoope menschenmin noem.

Er worden onder de voorstanders van dat kosteloos onderwijs misschien ook wel menschen gevonden, die er alleen voor strijden, omdat het bijzonder onderwijs, gewoonlijk als sectescholen voorgesteld, hun een doorn in 't oog is, dien zij gaarne wilden uittrekken; en die meenen, dit alleen door 't kostelooze van 't openbare onderwijs te kunnen gedaan krijgen. „Wij zullen zien, hoe lang die sectemannen het zullen kunnen en willen volhouden, om het onderwijs hunner kinderen

dubbel te betalen."

Het kunnen moet hier weg vallen; maar zoolang zij het willen, en het daarom doen, zullen zij bewijzen, dat zij het Onderwijs wat meer tellen en hoog er schatten, dan gij, die de voorstanders bij uitstek van 't onderwijs,'het Volksonderwijs, wilt genoemd worden.

Maar beschouwen wij de zaak uit het oogpunt van liet Onderwijs; en daaruit diende zij alleen beschouwd te worden. - Menigmaal heb ik een vader of eene moeder tegen een kind, dat vroeg om uit school thuis te mogen blijven, hooren zeggen: „Waarvoor denkt ge wel, dat ik het schoolgeld betaal?" En het kind ging naar school. De vader of de moeder zond het kind naar school, omdat zij het voor dat kind noodig achtten; en zij hadden het schoolgeld, dat zij misschien vaak met vrij wat moeite bijeen brachten, voor de ontwikkeling van het kind over. Zij wilden nu echter te meer, dat het kind zijn best zou doen, om wat te leeren; en de