Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betrekking, van welken aard ook, te gelijk met het Inspecteurschap te bekleeden. — De meerderheid was wel van oordeel, dat deze verklaring niets met het door den Minister gevraagde advies over de vergelijkende examens te maken had, en dus moeielijk hier kon worden opgenomen: maar de voorstellers arongen er zoo op aan, en gaven daarmede zulke sterk sprekende bewijzen van liefde voor het onderwijs, met verzaking van alle mogelijke andere belangen, dat de vergadering meende — hoe strijdig ook met den regel — hunne verklaring, of hun verzoek , bij wijze van codicil aan de beantwoording der vragen onder N". 19 te mogen aanhangen.

Maar bekommeren wij ons niet verder om wat er wellicht tusschen de regels van de notulen der Inspecteurs-vergadering te lezen staat. En zien wij liever, waarom de Minister, na dankbare kennisneming van het advies der Inspecteurs, dit advies ter zijde legde. In § 11 van de Memorie van Toelichting lezen wij: „Er is geen werkelijk goede reden te geven enz. voor die vergelijkende examens." Men leze, dit merkwaardig stuk, te groot om hier op te nemen, in de Memorie. Voor onbevooroordeelden, en hen, die examens hebben gedaan, hebben afgenomen en zien afnemen, en die de examinandi en de examinatoren (allen menschen met deugden en gebreken, bekwaamheden en weer gemis aan andere bekwaamheden) kennen, zijn de woorden des Ministers, vertrouw ik, afdoende. Maar voor vele kinderen onzer eeuw zijn zij het misschien niet. Daarom nog een enkel woordje.

Wat is een examen? Een onderzoek naar hetgeen de examinandus weet; zegt men. Maar in de meeste gevallen komt de examinator wel te weten, wat de examinandus al zoo niet

vraagpunt 33, één lid, gesteund door slechts één ander, opmerkte: „In den tijd der acten-exarnens kan de Inspecteur letterlijk niets doen buiten de examens, terwijl het vele administratieve werk hem altijd belet zoo werkzaam deel als gewenscht is, aan het zuiver paedagogische gedeelte zijner betrekking, te nemen."

En bij behandeling van 't 34ste vraagpunt leest men in die notulen: „al gaf men toe, dat de inspecteurs der groote provinciën, vooral sedert de vermeerdering van werk door het toezicht op de kweekscholen gevorderd, soms meer te doen hadden, dan wenschelijk was: dit zou" eoz.

Sluiten