Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door kwam. En wat lazen wij in Aug. 75 in de Couranten ? (in de Utr. van 5 Aug. overgenomen uit de Arnli.) „Dat een hulponderwijzer , die aan deze zijde van de Drecht woonde, terwijl zijne school aan de andere zijde stond, en die dus in Utrecht woonde en in Noord-Holland onderwees, na een paar malen te Utrecht vruchteloos getracht te hebben, zijn hoofdonderwijzers-akte te halen, zich voor de derde maal in Utrecht, maar gelijktijdig ook, natuurlijk voor de eerste maal, in Uoord-Holland aangeeft voor 't examen. Gelukkig voor hem zijn de oproepingen voor de verschillende provinciën op verschillende dagen, 't Eerst wordt hij geroepen naar 't Sticht: doch voor alle vakken (zoo staat er in de Courant) te licht bevonden. Maar niet ontmoedigd trekt hij op den bepaalden tijd naar Haarlem: „en in deze stad, waar het schier onmogelijk is de kommissie te voldoen, waar de aspiranten in den regel bij dozijnen druipen, hier wordt hij, met nog een enkele, uit een betrekkelijk groot getal, als buitengewoon bekwaam verklaard." En het Couranten-bericht, dat ik niet tegengesproken heb gezien, eindigt met de woorden: „Hoe rijmt zich dat te zaam? Men zegt, dat de heer A. Moens, Inspecteur in de provincie Utrecht, zal protesteeren tegen de uitreiking der akte van bevoegdheid aan bedoelden persoon." — Ik hoop echter dat dit protest achterwege is gebleven; want niemand kan toch beoordeelen, hoe veel kennis de hulponderwijzer op 't examen te Utrecht zelf, en op de reis naar Haarlem heeft opgedaan. Wellicht zou, als men die vermeerdering wist, niemand zich verwonderen, dat hij in Haarlem voor buitengewoon bekwaam verklaard werd. De handelwijze was zeker min of meer — hoe zal ik het noemen -— brutaal. Maar bescheidenheid is, helaas! op examens een groot nadeel.

Ik ben tegen examens in 't algemeen, maar weet dat het een noodig kwaad is, en berust er dus in. Maar ik kan niet berusten in de tegenwoordig bestaande examens. En of de later te regelen examens, als de wet aangenomen is, in mijn oog althans, beter zullen zijn, is en blijft de vraag.

Sluiten