Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en spoorweg." — n Mij is 't wel. zeide ik // maar zeg eens, als het water digt vriest, wat doet gij dan?" — //Ja, wat dan?" was het antwoord //zóó lang zitten wij vast, dan hebben wij eigenlijk geen spoorweg meer, en is de reis gestremd. Dan kan het wel gebeuren, dat men dagen moet omreizen om een afstand van enkele uren af te leggen."

Nu, thans was er gelukkig geen ijs, en de boot was goed. Wij kortten den tijd met onderhoudende gesprekken over al de vreemde zeden en gewoonten der Polderlanders. Er waren eenigen hunner aan boord. Ik kan niet zeggen, dat hun wijze van doen mij een hoogen dunk van hen gaf. Zij hielden zich uren lang bezig met spelen met kleine zwarte en witte steentjes (een vrij kinderachtig spel, naar 'tgeen ik er van zag, voor volwassen menschen) en hadden het druk met borreltjes drinken en zoutelooze praat, gekruid nu en dan door een enkelen vloek (een nog kinderachtiger en elendiger gewoonte). //Laat ons eens op het dek gaan," zeide ik //al valt er weinig te zien; het uitzigt langs de lage oevers is, dunkt mij, eentoonig genoeg. Maar hier binnen wordt het vrij benaauwd." — w't Gaat nogal," was het antwoord, //men rookt hier althans niet in de kajuit. Dat kan benaauwend worden. Op de andere booten, die dezen weg gaan, maar die sstoom,en en niet sporen, heb ik in de kajuit soms twee of drie dames gezien tusschen vijf en twintig vlammende en walmende sigaren." — Ik vroeg, of dat een offer was aan de bekoorlijkheden dier schoonen ontstoken, en of zulk een offer haar welgevallig was. — Hij zeide dat

Sluiten