Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

platteland gesteld is; 't is één uit de vele. Vóór ons ligt De Nederlander van 2 Maart 1903. Daarin vinden wij een ingezonden stuk van Ds. Aalders, thans te Dussen, destijds te Nieuw-Dordrecht, een uitgestrekte Veenkolonie in den Zuidoost-hoek van Drenthe. Met de toestanden daar van nabij bekend, weten wij dat Ds. Aalders volstrekt niet te veel zegt.

Wij lezen dan in bedoeld artikel het volgende: „Er wordt hier zóóveel geleden; o, dat het niet éénmaal tegen één onzer ooit getuige!

Ook thans, bij de vele kranken die ter nederliggen in de schamele hutten, op armzalige legers, ontoereikend gedekt voor den kouden, snerpenden wind, die door de reten en gaten dringt en den armen kranke komt teisteren als spande hij alle kracht in om het lijden nog akeliger te doen zijn en den dood te verhaasten.

Stelt u voor het tooneel zooals wij het hier onlangs moesten aanschouwen. Eene vrouw, ruim 60 jaar, liggende in een donker hok op wat kaf, bedekt met lompen. Het hoofd omwonden met een gescheurden rooden doek, het ongekamde haar, hangende over het gelaat. Geen vleeschkleur is ergens ook maar op den ontblooten hals, het aangezicht of de armen meer te bekennen.

Sluiten