is toegevoegd aan uw favorieten.

De algemeene genade

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreemding van de waarheid, maar ontplooiing van de waarheid. Het verbieden van zulke consequenties zou beteekenen de dood voor de dogmatiek, de dood van het Calvinisme. De toepassing der beginselen, welke immers alleen door consequenties kan worden verkregen, zou uitblijven. Wat zou dan het Calvinisme waard zijn?

Het zou stellig onbillijk zijn om uit het een en ander tot een gelegenheidsredeneering te besluiten, een redeneering, welke zou moeten dienen om zich zooveel mogelijk los te maken van Calvijn ter wille van diens leer der algemeene genade. Hieruit spreekt een geesteshouding en wel dezelfde, welke in vorige brochures als Biblicisme werd gequalificeerd.

Dit wordt door den eigenlijken inhoud der artikelen bevestigd.

b. De Gereformeerde belijdenisschriften buiten het gezichtsveld.

Op zichzelf bevreemdt het, dat in deze critiek van geen enkel

Gereformeerd belijdenisschrift gewag wordt gemaakt noch om eigen gevoelen te bevestigen noch om het gevoelen van anderen te bestrijden. Eenmaal wordt de Nederlandsche Geloofsbelijdenis vernoemd, maar dan om de meening te coupeeren als zou deze critische beschouwing uitloopen op een handhaving van Art. 36 in den oorspronkelijken vorm. Maar daarbij blijft het.

Aangenomen, dat deze critiek van de besluiten der Synode van Kalamazoo in 1924, welke voor de leer der algemeene genade ook confessioneele gronden aanvoerde, geen of geen parate kennis droeg — wat ik volstrekt niet als een grief aanreken —, behoort het onder Gereformeerden toch vast te staan, dat, als men een nieuwe theorie opstelt, eerst wordt onderzocht wat de Gereformeerde symbolen in deze leeren.

Dat dit hier bij zulk een gewichtig leerstuk niet is geschied, mag allerminst worden uitgelegd als een welbewust opzij schuiven van de belijdenis, wanneer men haar niet mee heeft. De onderstelling, dat deze vorm van critiek zich aan de Gereformeerde belijdenisschriften gebonden voelt, mag niet worden losgelaten. Maar wel is de conclusie geoorloofd, dat zij, omdat zij geheel ad rem niets naast de Schrift kan dulden, ongemerkt en onbewust dat wat op grond van en onder de Schrift onder ons gezag heeft en moet hebben, over het hoofd ziet.

Een nieuw bewijs, dat hier een gematigd Biblicisme zonder dat men het zelf weet, wordt gehuldigd.

c. Met de Gereformeerde dogmatiek zoo goed als geen rekening gehouden.

Eveneens valt het op, dat de Gereformeerde dogmatici uit vroeger en later tijd bijna geheel worden gepasseerd. Calvijn wordt een paar maal genoemd. Kuyper ook. En dan nog op een wijze, welke moeilijk kan bevredigen. Dit blijve voor later bewaard. Maar bij de Gereformeerde dogmatiek wordt in het geheel geen