Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genieten ook de ongeloovigen het licht, dat in den Christus is opgegaan, maar slechts de geloovigen kunnen den Christus zien en aanbidden." Dit beeld kan hier echter geen dienst doen. Hierin schittert juist de heerlijkheid van de genade in Christus, dat zij een zon is, welke doordringt tot hen, die in de schaduw staan. Jesaja profeteerde: „Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; over hen, die wonen in het land van de schaduw des doods, zal een licht schijnen." (Jes. 9:1). Paulus dankt den Vader „Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis en overgezet heeft in het koninkrijk van den Zoon Zijner liefde." (Coloss. 1 : 13). Dit is de zuivere leer der Schrift, dat wij van nature allen in de schaduw, in de duisternis staan. Maar de particuliere genade verdrijft als zon de schaduw boven hen, die gekend zijn van voor de grondlegging der wereld, doorboort de duisternis voor hen, die van den Vader aan Christus zijn gegeven. Men heeft hier weer dezelfde kwestie als bij de „kinderen des toorns". Het genadebegrip van deze critiek lijdt aan te weinig diepgang. Het wordt te zeer veruitwendigd. De particuliere genade wordt afhankelijk gemaakt van de plaats, waar iemand staat. Maar deze genade brengt een radicalen omkeer zoowel in den staat als in den stand van den mensch. De dikste gevangenismuren zijn voor haar geen beletsel. Het steenen, als in gewapend beton verstoken hart kan haar geen tegenstand bieden. Zij is niet alleen zon van buiten, maar ook zon van binnen. Indien dat niet zoo was, bleef de belofte der zaligheid een doode letter.

Die veruitwendiging der genade komt nog in iets anders uit. Men oordeele. „Genade is schuldvergevende gunst. Ook de algemeene genade is dat (Bij uitzondering wordt door het critisch gevoelen hier de term „algemeene genade" gehandhaafd, H.). God heeft Achab vergeven, toen hij zijn kleederen scheurde. En God heeft Ninevé vergeven, toen het zich bekeerde. Over hun zonde had onmiddellijk een bepaald tijdelijk oordeel moeten komen, maar God vergeeft die zonde in dien zin, dat Hij dat tijdelijk oordeel niet brengt." Het geval der inwoners van Ninevé blijve hier onbesproken. Onder Gereformeerde exegeten bestaat er geen eenstemmigheid over of hun bekeering een waarachtige was dan enkel een uitwendige. Daarin behoeven we ons niet te mengen. Nemen we het gebeurde met Achab. Staat er in de Schrift, dat God Achab heeft vergeven, toen hij zijn kleederen scheurde? Neen, de Heere sprak: „omdat Achab zich vernedert voor Mijn aangezicht, zal ik dat kwaad in zijn dagen niet brengen: in de dagen zijns zoons zal Ik dat kwaad over zijn huis brengen." God vergaf Achab niet, Hij hief zelfs de straf niet op, Hij bracht het tijdelijk oordeel wel degelijk, alleen werd het uitgesteld tot na Achabs dood en voltrokken over zijn huis. (1 Kon. 21 : 29). De Schrift leert ons juist, dat er zonder bloedstorting geen vergeving is (Hebr. 9 : 22). En zoover gaat ook het critisch gevoelen niet,

Sluiten