Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo consequent is het critisch gevoelen niet.

Haar beschouwing schijnt niet verder te gaan, dan dat Christus tweeërlei organen heeft, organen voor de burgerlijke regeering en organen voor de kerk. Komt zij zóó niet terecht bij een door haar zoo verafschuwde „twee-terreinen-leer"?

k. Andere anti-confessioneele beschouwingen dezer critiek.

Niet bij elk der beschouwingen van deze critiek kan het anticonfessioneele zoo omstandig worden aangewezen. Dan zou onze brochure uitgroeien tot een boek. Nu vat ik enkele, welke het meest de aandacht trekken, saam onder één hoofd. Ze hebben betrekking op:

1. de onderscheiding tusschen „gunst" en „schuldvergevende gunst" of genade.

Wat de mensch vóór den val uit Gods hand toekwam is volgens het critisch gevoelen „gunst" zondere verdere bijvoeging, wat van Christus tot de geloovigen uitgaat, is „schuldvergevende gunst" of „genade". Het ontkent een genade vóór den val. Daartegenover stel ik een paar — want naar volledigheid kan hier niet worden gedongen — confessioneele uitspraken. Allereerst de twaalfde vraag van den Heidelbergschen Catechismus: „Aangezien wij dan naar het rechtvaardig oordeel Gods tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben, is er eenig middel, waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en wederom tot genade komenV' De mensch moet dus vóór hij straf verdiende in een staat van genade hebben verkeerd. Het „wederom" verheft dit boven twijfel. (De Duitsche tekst heeft: widerumb zu gnaden kommen). Natuurlijk kan hier „genade" nooit den zin hebben van „schuldvergevende gunst." Vervolgens zij gewezen op art. 9 van de Fransche Confessie en wel op de woorden, dat de mensch „door zijn eigen schuld vervallen is van Zijn genade, die hij had ontvangen." (Fransch: est par sa propre faute descheu de sa grace qu'il avait regue. Latijn: sua ipsius culpa excidisse a gratia quam acceperat). Ook hier dus: genade in den Paradijstoestand.

Het woord genade in dezen zin heeft trouwens een lange geschiedenis achter zich. Bij de opkomst van het Pelagianisme stond het in het middelpunt van den strijd. Augustinus, hoezeer hij ook tegenover Pelagius de leer der particuliere genade verdedigde, verviel niet tot het uiterste, dat hij de genade in den staat der rechtheid loochende.

Wanneer men dan ook het genade-begrip construeert, dient daarmee rekening te worden gehouden. Naar Gereformeerd belijden is er ook een genade zonder schuldvergeving. Voor de leer der algemeene genade, waaraan ook geen schuldvergiffenis is verbonden, is dit van vitaal belang.

Niet zij, die ontkennen dat de algemeene goedheid Gods genade

Sluiten