is toegevoegd aan uw favorieten.

De algemeene genade

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sancties, die nog niet in werking behoeven te treden, doch in het verbondsstatuut zijn opgenomen, en vervolgens trouwbreuk van de zijde van den mensch, en daarna in-werking-treding der sancties, en daarna de intrede der christologische belofte, met gelijktijdige in-werking-treding daarvan, en daarna (vele eeuwen later) de vleeschwording des Woords, en het optreden van Jezus Christus hier op aarde, en daarna zijn (nog te verwachten) wederkomst." Ofschoon ik opzettelijk citaten koos, waarin „raar"-zeggerij zoo goed als niet voorkwam, mocht ik dit citaat niet weglaten, al doet „sancties meer aan het volkenbondspact dan aan het werkverbond denken. Dit critisch gevoelen bedoelt hier te geven de successieve opeenvolging van de onderscheiden „bedeelingen" van den tijd. Maar de algemeene genade, welke tegelijk met de christologische belofte in werking trad, wordt ten eenenmale overgeslagen. Het gelooft, dat die opeenvolging door de Gereformeerde theologie werd vastgehouden. Maar dat deed de Gereformeerde theologie niet. Deze ruimde voor de algemeene genade wel degelijk een plaats in. Dat de gemeene gratie hier onopzettelijk wordt uitgeschakeld, lijkt wel zeer onwaarschijnlijk. Want waar zou deze critiek haar moeten plaatsen? Als gemeene obligatie of verplichting behoort zij naar deze beschouwing in het werkverbond thuis, dat door God nooit werd opgeheven. Ook wordt zij als zoodanig het verbond der particuliere genade ingedragen, al is de constructie op dit punt al bijzonder onklaar. Maar voor een algemeene genade, welke nóch uit het werkverbond voortvloeit noch deel uitmaakt van de zaligende genade is in dezen gedachtegang geen duimbreed opengelaten.

Hier ziet men dan ook het eerste en tweede critische gevoelen, hoe scherp zij overigens ook tegenover elkander staan, samen opwandelen.

§ 9. De overspanning van de gedachte omtrent het medewerkerschap Gods.

In de schrifturen van dit critisch gevoelen ondergaat misschien geen woord sterker vermenigvuldiging dan dat van „cultuur". Daarvoor kan meer dan één reden worden opgegeven. Een van de dichtstbijzijnde moet worden gezocht in de antithetische houding, welke het aanneemt. Het verkeert in den waan, dat cultuur en gemeene gratie min of meer worden vereenzelvigd. Daartegen trekt het te velde.

„Weliswaar zoo schrijft het — „plegen velen onder ons de kwesties van cultuur- en cultuurwaardeering, óók onder eschatologisch gezichtspunt, direct, soms uitsluitend, te „benaderen" uit de gemeene-gratie-leer. „Hardnekkig gaat veler theorie in dezen een anderen kant uit. Voor hun begrip is „de" cultuur enkel en alleen een zaak van „gemeene gratie"." „ „Het" cultuurterrein"