Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem vindt hem doodslaat. Geen mensch heeft het recht het bloed van Abel aan Kaïn te wreken. „Mijne is de wraak, Ik zal het vergelden." Dat woord vindt ook hier zijn toepassing. God verhindert door het teeken, dat Hij stelt aan het voorhoofd van Kaïn, dat een mensch zich bezondigt door dien moordenaar te dooden, en geeft ons hier den wenk alle willekeur en eigenmachtig optreden te vermijden, en het wreken van Zijn geschonden recht over te laten aan den Almachtige zelf. God heeft zich voorbehouden zelf Zijn recht te handhaven, wat Hij in dezen doet door een wettig aangestelde Overheid, die in Kaïns dagen nog niet bestond.

Men brengt daartegen in : Maar als Kaïn naar het recht des Heeren des doods schuldig was, waarom heeft God hem dan niet zelf gedood ? God wil nu eenmaal, dat wie des menschen bloed vergiet, ook door den mensch gedood zal worden. Bovendien: Hij is de souvereine, de vrijmachtige God, die met alle schepsel doen kan naar Zijn welbehagen, wiens gebod ons steeds ten levensregel zij.

Tot bestrijding van de doodstraf wijzen hare tegenstanders ons op de bloedwraak en de vrijsteden, waarvan melding gemaakt wordt in het Oude Testament. Nog dezer dagen beweerde het kerkelijk blad „De Hervorming," in zijn discussie met de Heraut, dat, als iemand op bijbelsche gronden de doodstraf wilde verdedigen, hij dan ook de bloedwraak en de vrijsteden weer moest invoeren, omdat ook deze evenzeer door God waren verordineerd en geboden.

Hier heerscht blijkbaar een misverstand. Het is ons niet gebleken, dat de bloedwraak is eene inzetting, een gebod Gods. Wel bestond zij, evenals de polygamie en de

3*

Sluiten