is toegevoegd aan uw favorieten.

De Chasidim

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar is altoos een stemme des harten die zich door de koele redeneeringen der dogmatisten niet laat tot zwijgen brengen, en maar wacht op den adem der winds om, gelijk de Aeolusharpen in de hoornen , hare klanken te doen hooren. En deze taak namen de chasidim op zich. Zij troffen het. hart des volks. Dat waren weer eens menschen van vleesch en bloed! Die zaten niet, gelijk zoo menige melammed of rabbi in een armzalig groflinnen kleed, als halve kluizenaars in een ellendige hut levende, met liun bengelende »peies (haarlokken) 15S) uren lang over een stoffigen foliant gebogen, om sedert eeuwen onbruikbare wetsvoorschriften met haarklovende scherpzinnigheid uit te pluizen; die hadden niet ook de feestvreugde, oorspronkelijk zoo zinrijk en warm het huiselijk leven adelend, met de uitvoerigste en doodendste nauwgezetheid omschreven en gereglementeerd 156) — zij geven zich van harte en ongedwongen aan hunne blijdschap over 157). Ziet hoe hun oogen rollen, handen en voeten in beweging zijn! Hun is de godsdienst eene zaak die hen warm maakt, die hen in vervoering kan brengen. Alle enthousiasme, óók het valsche, werkt aanstekelijk. Hun onbegrepen woorden werden met diepen eerbied aangehoord. Ach, als eene Pythia klare volzinnen sprak, kon zij van haren drievoet wel afstappen! Geen wonder dat de kabbalistische, voor velerlei uitlegging vatbare uitspraken dezer rabbi's, het groteske en voor deze onontwikkelde Oosterlingen aantrekkelijke van hetgeen zij hun uit de heilige boeken opdischten, gesteund door een spionage waardoor zij vaak allerlei bizonderheden te weten kwamen omtrent hunne bewonderaars, die zij dan door mededeeling daarvan in de diepste verbazing brachten, hun eene bijkans onbegrensde autoriteit verschaften.

En dan — vergeten wij het niet — de natuurlijke mensch heeft altoos behoefte gehad, wanneer hij den levenden God uit het oog verloor, zich andere goden te maken die voor zijn aangezicht henen gaan. Gelijk de Israëlieten in de woestijn hun gouden kalf, de Grieken hun Apollo en Pythia, gelijk de Roomsehen hunnen paus, gelijk ook vele Protestanten helaas! hun pausje, zij het een hervormer van oud of nieuw model, zij het een feilloozen wetscodex, hoe dan ook geheeten, zich kiezen, zoo hebben de chasidim hun wonderrabbi's, en hechten zich, met die tragische behoefte aan aanbidding die den mensch is ingeschapen, aan deze bedriegers en uitzuigers vast. »Tragisch" noemde ik dien edelsten trek van Adam's nakroost, juist omdat de zonde het edelste in hem verdorven heeft. Aanbidden moet hij en zal hij, al was het ook een dronken rabbi van Sadagora! Want waarlijk, al hebben wij in deze ure veel meer op de schaduw-