Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9) Wij moeten hier tot ons leedwezen tegenover stellen dat menige Israëliet (wij zullen ons wel wachten te generaliseeren, en van »de" Joden te spreken) er hoegenaamd geen bezwaar in ziet tegenover nietIsraëlietische meisjes een geheel anderen maatstaf van zedelijkheid aan te leggen. De herderlijke praktijk in onze groote steden, en ook reeds de nog zoo jeugdige middernachtszending, brachten hieromtrent droevige feiten aan het licht. Het moet dan ook wel de aandacht trekken, zelfs in een zoo gunstig edict als dat van Karei, koning deibeide Sioiliën, van t jaar 1740, hetwelk aan de Joden eene voor die dagen ongekende , en werkelijk bijkans onbeperkte vrijheid in 's konings Staten verleende, toch de bepaling aan te treffen dat de christendienstmaagden, door de Joden te houden, niet jonger mochten zijn dan 35 jaren (knechts mochten reeds op hun 25e jaar in dienst treden), en niet zonder uitdrukkelijk verlof des nachts in het huis van haar meester vertoeven mochten. Zie blz. 164 van deel VII, 2 van Bernard Picard, Ceremonies et coutumes religieuses de tous les peuples du monde, représentées par des Figures dessinées de la main de Bernard Picard. Avec une Explication historique, et quelques dissertations curieuses. Amsterdam J. F. Bernard, 1723 verv. Eene Hollandsche vertaling werd door Abraham Moubach in 1727 verv. bezorgd, onder den titel: Xaaukeurige beschrijving der uitwendige godsdienst-plichten, kerk-zeden en gewoontens van alle volkeren der waereldt. Beide kostbare werken zijn in de Goudsche Librije voorhanden. Het eerste deel bespreekt de Joodsche ceremoniën. Als wij alleen «Picard" of «Moubach citeeren, bedoelen wij steeds dit eerste deel, in 't eerste geval de 1'ransche, in het tweede geval de Hollandsche uitgave. Blz.

zlJn van de hand van Rabbi Leon de Modena, daarna wordt nog velerlei, dat door hem was overgeslagen, door Moubach uit andere bronnen medegedeeld. Deze Leon de Modena (1571— 1648) was Rabbijn te \ enetië, die op verzoek van eenige christenen hen omtrent de gew oonten van de Joden te willen inlichten, die in een Italiaansche verhandeling (Historia dei riti ebraici in 't jaar 1611 opgesteld) beschreef, welke verhandeling in 1635 te Parijs, en in 1637 verbeterd en omgewerkt gedrukt werd. (Zie het leven van dezen beroemden en ongelukkigen man beschreven in Leon da Modena van A. Geiger, Breslau 1856. Ook in Geiger's Nachgel. Schr. II, blz. 190 verv. is veel omtrent hem medegedeeld.) Van dezen arbeid maakt nu »le Sieur de Simonville" (de bekende Richard Simon) zijne Fransche vertaling, en daarnaar weer Abraham Moubach de zijne. Wat aan de platen van Picard zoo groote waarde geeft is dat zij — althans wat de beschrijving van de zeden en gewoonten van het Jodendom aangaat — bijkans allen «geteekend

Sluiten