Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frommel's brochure »Der Israël Gottes", 1881 , waarin de eindelijke bekeering en herstelling van Israël als een droombeeld wordt voorgesteld. Pressel (Herzog2 VII, blz. 225) drukt hier geheel onze meening uit.

188) Wij meenen dat dit wel tegenover geheel Israël onze houding bepalen moet. Het smart ons dat men tegenwoordig in Leipzig, nu Delitzsch zijn eerwaardig hoofd neergelegd heeft, er op uit is diens werk weer af te breken , of althans voor geheel verouderd te verklaren. Zelfs een Dr. Dalman, meer dan iemand anders bevoegd en als geroepen Delitzsch' taak over te nemen, laat men daar varen!

Voor wie in de H. Schrift nog gelooft, zal het, dunkt ons, moeten vast staan dat God zijn oude volk niet voor altoos verworpen heeft, zoodat Israël gewis nog zijn eigen toekomst heeft. Men denke slechts aan Rom. 9, 40 en 14. Die toekomst tot werkelijkheid te brengen is geen mensch, geen zendingsgenootschap ter wereld mogelijk — dat is Gods werk in den volsten zin des woords. Wij hebben ons slechts, niet alleen in het Oosten, tot hetwelk zich deze nieuw-Leipziger beweging bepalen wil, maar ook, en evenzeer in het Westen van Europa, tot de enkele individuën te richten, en ons te verblijden over en met elke ziel die in oprechtheid Jezus belijdt als den gekomen Messias, en haar in onze christelijke gemeenschap op te nemen. Op zijn tijd maakt God dan van het volk Israël den sluitsteen van zijn heilsgebouw; dan is het aloude »Sjear-Jasjoeb" vervuld, dan is het «overblijfsel teruggekeerd" en bekeerd tot der vaderen God, en heeft zich God over allen erbarmd. Dan zingen wij, christenen uit de heidenen, het dankbaar en gelukkig met Israël mede:

Uw Sion strooit u palmen

En twijgen voor den voet,

En ik breng u in psalmen Mijn jubelenden groet.

Eene voortreffelijke verhandeling, al kunnen wij ons ook niet met elke uitspraak daarin vervat vereenigen, gaf Prof. Frank in Saat auf Hoffnung, 1883, blz. 5 verv. onder den titel: Was haben wir auf Grund der Schrift des Neuen Testaments für Israël jetzt noch zu hoffen?

190) Vooral het blad Techijat Jisjrael, sedert 1886 verschijnend, geeft daarvan tal van de heerlijkste en bemoedigendste bewijzen.

191) Zie Jozef Rabinowitz in »Nathanael", 1885, blz. 149 verv. en Saat auf Hoffnung, 1885, blz. 243 verv. »Uber die Secte Neuisrael", 1886, blz. 49 verv., 1889, blz. 40 verv.

192) Vooral de vertaling van Delitzsch wordt bij duizenden tegelijk verzonden. Zie Nathanael, 1885, blz 162 verv.

Sluiten