Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in eeuwigheid met Hem over alle schepselen regeere.

1 Cor. 6 : 15. "Weet gij niet, dat uwe lichamen Christus' leden zfln? 1 Cor. 12 : 12. Gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van dit lichaam vele zijnde, (maar) één lichaam zijn, alzoo ook Christus. Matth. 10 : 32. Een iegelijk dan, die Mij belijden zal voor de menschen, dien zal ik ook belijden voor mijnen Vader, die in de hemelen (is). Rom. 12 : 1. Stelt uwe lichamen tot eene levende, heilige (en) Gode welbehagelijke offerande (welke is) uwe redelijke Godsdienst. 2 Tim. 2 : 12. Indien wij verdragen, wij zullen ook met (Hem) heerschen.

ZONDAG 13.

Vraag 33. Waarom is Hij Gods eeniggeboren Zoon genaamd, zoo wij toch ook Gods kinderen zijn ?

Antw. Daarom, dat Christus alleen de eeuwige natuurlijke Zoon van God is, maar wij zijn om zijnentwil, uit genade, tot kinderen Gods aangenomen.

Psalm 2:7. Gij zjjt mijn Zoon, heden heb ik u gegenereerd. Spr. 8 : 23. Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest. Joh. 1 :14, 18. Wij hebben zijne heerlijkheid aanschouwd, eene heerlijkheid als des eeniggeborenen van den Vader. Niemand heeft ooit God gezien; de eeniggeboren Zoon, die in den schoot des Vaders is, die heeft (Hem ons) verklaard. Joh. 3 : 16. Alzoo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eeniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Rom. 8 : 15-17. Gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreeze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door welken wij roepen: Abbal Vader! Dezelfde Geest getuigt met onzen Geest, dat wij kinderen Gods zijn. En indien wij kinderen zijn, zoo zijn wij ook erfgenamen; erfgenamen Gods, en medeërfgenamen van Christus. Ef. 1 : 5, 6. Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen door Jezus Christus in Hem zeiven, naar het welbehagen zijns willens, tot prijs der heerlijkheid zijner genade, door welke Hfl ons begenadigd heeft in den Geliefde. Joh. 1 : 12. Zoo velen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven, kinderen Gods te worden, (namelijk) die in zijnen naam gelooven.

Sluiten