is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweede bundel gewigtvolle brieven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zulk eenc gemakkelijke zaak, dat ik maar amen had te zeggen, Heere mij geschiede naar uw woord. Evenwel hoe eenvoudig het den geloovenden voorkomt zoo is het nogtans een werk Gods, als wij

zullen gelooven.

De Heere schiep het gansch heelal; door een enkel bevelwoord Zijner almagt was dat groote gebouw van hemel en aarde aanwezig, en nu is al de wijsheid en kracht, van het gansche menschelijk geslacht bij elkander genomen, nog niet in staat om eenen levenden boom te formeeren, zoo is het nu ook in het werk der genade; de wijsheid en het verstand in de waarheid roepen maar. gij moet gelooven, gelooven; doch zij moeten er afblijven; o! wat is mij dat klaar, en zoo als ik vroeger schreef, dat het nog zoo is met Gods kinderen, dat niemand den sleutel van het geloof in zijn kabinet heeft, bekend is het zeggen van Rutherfort: „ik dacht," zeide hij, „dat ik nu wel wat voor zou hebben, omdat ik gevangen zat om de zaak van den Heere Jezus, maar ik moest al mede gelijk de andere kinderen, als een arme bedelaar aan de deur blijven staan." O mijn lieve vriendin, ik verzeker u, dat gij het zult ondervinden, als u de Heere dat kostelijk kleinood, dat dierbaar geloof schenkt, dat gij het boven alle uwe werkzaamheden, die gij van uwe jeugd aan ondervonden hebt, als het grootste wonder zult aanmerken.

Ik dring u mijn gevoelen niet op, o neen, elke regtvaardige zal door zijn eigen geloof leven, doch ik moet u verklaren, dat ik het zoo heb mogen ondervinden, en daarom gevoel ik altijd een stuiting in mijn gemoed, wanneer ik zoo ligtvaardig