Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liefdebezoeken mij in het minste ook niet vertrouwd zijn, want ik geloof, dat er niemand zoo slecht en trouweloos mede handelf, als ik; ik ben toch maar een verkwister van een anders goed, handelende er mede alsof het mijn eigen ware; ik ga er mee pronken en door tusschenkomende zonden raakt die kostelijke geestelijke waar haren geur en waarde kwijt en daardoor noodzaak ik den Heere, dat Hij mij weder aan mijne doodelijke ellende en armoede overlaat, zoodat ik dan weder van armoe als een uitgehongerde bedelaar aan de deur van vrije genade een geruimen tijd moet liggen bedelen, eer dat er weder een weinigje verkwikking komt.

Wij zouden hierover met elkander nog al wat kunnen praten, als de Heere licht gaf, maar in eenen brief moet men alies maar aanstippen.

Uwe vorige brief was mij tot beschaming en opwekking, door uwe liefderijke vermaning met betrekking tot mijne dure roeping.

Ik leer in nadruk kennen, zoo in het een als in het ander, dat Jezus zegt: „zonder mij kunt gij niets doen."

Ik zag uit den voorlaatsten brief, dat gij nog al in een opgewekten toestand mogt verkeeren, doch bespeur nu uit den laatsten, dat het gebroed van allerlei onreinheid zich wederom in uwe ziel schijnt te openbaren, en gij vraagt mij, of het met mij ook wel zoo gesteld is, ach! ^lieve vriendin, als ik u dien put van onreinheid openen moest, dan zoudt gij het er van den stank niet bij kunnen houden; de Heere weet, dat ik u in waarheid schrijf. Echter ben ik blijde dit in uwen briet te lezen. Xu zult gij wel zeggen: hoe kan

Sluiten