Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch gij zult nu en dan wel eens verkwikt worden, al is bet dan maar voor korten tijd.

Gedenk altijd: wij zijn hier op reis en een reiziger ontmoet schier niets dan vreemdelingen, slechts zeldzaam een landsman en gebeurt dat eens, daar wordt hij dan van verkwikt; hij vraagt dan naar zijne reis en wat hem zoo al wedervaren is. Zij gaan te zamen voor een oogenblik bij elkander zitten te spreken en worden over en weder verkwikt, doch moeten elkander daarna weder verlaten, zij hebben hunne reis voort te zetten, en dat scheiden valt soms smartelijk, want hunne zielen zijn naauw aan elkander verbonden, gelijk David en Jonathan. Evenwel moeten ze voorwaarts. En dit geldt ook op uwen en mijnen weg, even als van al het arme en zuchtende volk in dit pelgrimsland, terwijl een ieder van dat volk de noodige ballast in zijn scheepje heeft, waar hij de wereldzee meê over moet, en wat is zulks nuttig: de zeeschepen toch kunnen de zee niet bevaren zonder ballast, anders slaan ze om zoo is het nu ook met u en mij. ik zou soms wel zeggen, gij wascht uwe gangen in boter, hebbende overvloed van alles, van waar toch uw ballast? Doch neen! 'tzijn scherpe doornen in uw vleesch, waarmede gij geballast uwen weg kreupel, kruipend en hinkend betreden moet, Welnu! gij zult het alleen niet zijn, die niet vreemd blijft van de boodschap, welke al het volk mede krijgt op de reis: „In de wereld zult gij verdrukking hebben, en dit moet zoowel in u als in mij bewaarheid worden; wij zijn al te dwaas om te kunnen oordeelen, welken weg voor ons de beste is.

Drie zaken zijn er, waarin ik een weinig licht

Sluiten