Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en nu spreekt men zoo maar wat over gemoedsiwerkzaamheden en dan spreekt men over bet geloof; het geloof ja! dat is zeker de hoofdzaak, doch men heeft daar geen oog in, dat als men den Heere Jezus tot zijn deel krijgt, dat die het geloof medebrengt, en dat Jezus verworven geest dat geloof in het hart werkt en dat de Heere Jezus de grond van het geloof is. Wat is het droevig, men spant de paarden achter den wagen; een geloof, waarin ik den Heere Jezus niet ontmoet en hetwelk mij met Hem niet vereenigt, wat heb aan zulk een geloof? Ik heb er niets mede op, hoe groot men er ook op roeme; o wat wordt er toch buiten de zaak om gewerkt; de Heere opene door Zijnen H. Geest mijne en veler zielsoogen.

Nu zoudt ge wel eens kunnen denken: wel vriend! wat stelt gij u meesterachtig aan, gij slaat maar paal op paal; maar eilieve! ik weet toch, dat gij zulks van mij niet vergen zult, dat ik anders zou schrijven dan ik zelfs voor den Heere werk; ik dring u, noch niemand anders mijn gevoelen op, maar ik schrijf slechts, hoe de Heere mij zeiven belieft te werken, en zoo als het mij tot op dezen dag geleerd wordt; wanneer ik den Heere Jezus door het oog des geloofs niet zie, en de vijanden bestormen mijne ziel, zoodat mijn scheepje door ongeloof her- en derwaarts geslingerd wordt, dan beef ik bij de gedachte aan den dood; doch als de Heere Jezus zich aan mijn geloofsoog vertegenwoordigd, dan vrees ik geen duivel of dood!

Zie nu eens! welk een vaste rots de Heere Jezus is voor dat volk, en van daar kan ik nooit

Sluiten