Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken en vergaan zal; die storm komt gewoonlijk des nachts als het heel donker is, en maan noch sterren eenig licht geven, en door die duisternis kan ik dan naauwelijks den Stuurman zien aan het roer van mijn schip, en zoo dobber ik dan bij tijden tusschen hoop en vrees op de onstuimige zee voort, tusschen de klippen en zandbanken heen: denk nu eens, hoe blijde ik dan ben, als de dag aan den Hemel begint te lichten, en mij het land nadert en ik aan wal stap, vooral als de zon dan door de wolken dringt, en met hare warme stralen in mijne ziel begint te schijnen.

O! dan wordt mijn mond vervuld met lagchen en mijne tong met gejuich, doch leerde ik nu maar uit al die stormen en onweêrbuijen, die wij op reis ontmoeten, om mijn scheepje maar te laten sturen door dien bekwamen Stuurman, wat zoude ik dan in zulke tijden mij gerust in mijn scheepje bevinden, doch nu ben ik zoo dwaas, dat het mij somtijds toeschijnt, gelijk de discipelen, dat Hij in mijn scheepje slaapt, even alsof Hij geen acht op mij gaf, en mijne zaken zich niet aantrok.

Doch de Heere Jezus was toch op zee met Zijne discipelen in het schip, zoo ook in het onze, zij hadden geen gevaar te vreezen. O! had ik meer geloof, dat is een vast anker, en geworpen in den grond van dien eeuwigen Rotssteen, 't welk in eeuwigheid door geene stormwinden zijne vastigheid kan verliezen. Geliefde vriendin! ik hoop dat gij maar veel werkzaam moogt zijn om steeds uw anker uit te werpen, en dat het eens eenmaal goed houden zal, dan zal die hoop niet beschamen, doch dit moet elk weten, die ter zee wil varen, dat zij stormen en onweêrsbuijen zullen on-

Sluiten