is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweede bundel gewigtvolle brieven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongevoeligheid en allerlei goddeloosheid onder jong en oud, rijk en arm, nosh bestraffingen, noch bedreigingen, noch oordeelen maken niet den minsten indruk op den mensch; neen heimelijk lacht men er mede en spot met Gods oordeelen. Wel, zegt de Heere, zoude Mijne ziel zich niet wreken aan zulk een volk, als dit is. Ja gewisselijk, de roede is opgeheven; maar God, de Rigter der gansche aarde weet, wat uwe kinderen nog beleven zullen, eer dat Hij de roede nederlegt.- de Heere beware hen, dat zij in Gods toorn niet met de roede Zijner verbolgenheid worden afgemaaid en in eeuwige ellende nederzinken.

De Heere geve dat Neêrlands koning en volk nog eenmaal de slaande hand Gods opmerken, eer het besluit bare, dat de uitvoering van Gods wraakoefenende geregtigheid ten volle over ons uitgevoerd wordt; opdat ik niet kome, zegt de Heere, en de aarde met den ban sla. Ik zeide daar boveD; mogt ik mij maai- dagelijks den dood voorstellen. O had ik het voorregt om er gemeenzaam mede te worden, zooals ik onlangs van eene vrome vrouw in Engeland gelezen heb welke zoo gemeenzaam met den dood verkeerde, dat zij, toen hij kwam om haar af te lossen, hij haar een vredebode was. O was ik er zoo gemeenzaam mede, en dat zeg ik nu, terwijl ik nu juist onder het schrijven berigt krijg, dat er in onze plaats een vrouw aan de cholera gestorven is en nog een andere op sterven ligt; onze geneesheeren kunnen ook naauwelijks alle de zieken helpen. O God! wees Neêrlands volk en onze plaats genadig en werk eene verootmoediging onder het volk; nu gevoelen en beseffen wij reeds den troost