Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

midden der jaren; in den toorn gedenk des ontfermens." Hab. 3 : 2.

Zoo bad Gods volk in oude dageu; en de Heere heeft gehoord. Hij beeft Zijn volk, ook toen zij aan Babels rivieren zaten ea weenden, toen de harpen aan de wilgen hingen, gedacht, en hunne gevangenis gewend, gelijk waterstroomen uit het zuiden.

En ook in de dagen van wel&e wij spraken, heeft de Heere aan onze vaderen gedacht. Hij heeft ook Zijn volk niet begeven en Zijne erve niet verlaten.

Die geen vreemdeling is in de geschiedenis van die dagen, zal overvloedige gelegenheid vinden om aan de eene zijde de getrouwheid des Heeren aan Zijne kerk, en ter andere zijde Zijne gerechtigheid in het straffen der zonde optemerken en zich moeten verwonderen over de Wijsheid en goedertierenheid, die zich openbaren in al de handelingen des Heeren.

Deze kleine uitstap vinde bij den lezer verschooning, en zij hem eene aanleiding, om de geschiedenis van vaderland en kerk, ook van die veelbewogen tijden te onderzoeken, en wij houden ons overtuigd dat, als dat onderzoek in het geloof en in de vreeze des Heeren geschiedt, het tot de nederige betuiging zal leiden > „Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten. Dan. 9:7.

Gedurende eenige jaren schenen de indrukken in het hart van moeder verdoofd en door de zorgen des levens bijna "uitgewischt. Doch op vijfentwintig jarigen leeftijd werden de overtuigingen sterk in hare ziele. Toen waren het dagen van groote be-

Sluiten