is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godvruchtig leven en sterven eener beproefde christin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anders verhalen, dan zoo als ze ons door onze dierbare moeder zijn medegedeeld, al moeten wij ook aannemen dat velen het niet zullen verstaan, omdat ze het nimmer hebben ondervonden, eu zij het niet beseffen, dat de mensch niet kan gelooven zonder de krachtdadige werking des H. Geestes, en de bij aanvang geloovig gewordene ziel ook diep afhankelijk blijft van de invloeden der genade, van vernieuwd licht, van vernieuwde sterkte, om dat groote heil, hetwelk haar onder het zielsgezicht gekomen is, met vreugde des harten zich toeteeigenen; vandaar de bede van den Dichter, Ps. 106: 4, 5, „Gedenk mijner, o Heere! naar het welbehagen tot uw volk, bezoek mij met uw heil, opdat ik aanschouwe het goede uwer uitverkorenen, opdat ik mij verblijde met de blijdschap uws volks; opdat ik mij beroeme met uw erfdeel."

O! wie zal zeggen, hoe menigmaal het in haar binnenste geweest is, zoo als het versje zegt:

„Heere Jezus! Kom toch nader,

Maak mijn ziel eens onbevreesd,

Leer mij zeggen: Abba Vader,

Leidt en troost mij door uw Geest.''

Zij betuigde, dat zij bij ervaring de taal van den tweeënveertigsten Psalm kende: „Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstroomen, alzoo schreeuwt mijne ziele tot U, o God! Mijne ziele dorst naar God, naar den levenden God! wanneer zal ik ingaan en voor Gods aangezicht verschijnen?"

En zal zij niet ten dage van het ernstig zoeken naar den Heere; in die tijden, als zij met veel gevoel van liefde, of met veel gebrokenheid des