is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godvruchtig leven en sterven eener beproefde christin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruiken; zij zeide eens te zullen bidden. In de gedachte dat zij stil hare bede tot God zou opzenden, daar zij krachteloos scheen om hare stem te verheffen, werd zij tot verwondering van hen, die bij haar waren, zóó veel kracht geschonken, dat zij luide met een heldere stem in 't gebed ging, terwijl er niets vergeten werd aan den Heere op te dragen. Zij bad voor haar kroost en nakroost, voor kerk en school en vele andere zaken; en na dat zij een weinig verkwikking genoten had, was hare dankzegging even heerlijk, 's Morgens sprak zij tot mij: ,/zwager! het valt mij tegen; ik had gedacht den eeuwigen Sabbath aan te vangen, doch niet mijn wil, maar des Heereu wil geschiede." Zij scheen toch een weinig beter te zijn, doch het was slechts schijn. Zij nam langzamerhand af, zoodat zij geene geneesmiddelen meer kon gebruiken. In den nacht van Maandag op Dinsdag bewaakte ik haar. Tegen middernacht riep zij mij aan hare bedsponde en verzocht mij, dat ik eens lezen zou de godspraak van Jezaja Hoofdstuk 61, en daarna verzocht ze mij, dat ik met haar den Heer zoude zoeken in den gebede. Twee uren later riep zij mij weder en zeide: vzwager, lees nog eens Jez. 62," hetwelk ik deed, waaruit zij heerlijke opmerkingen maakte, toepasselijk op haren toestand. Daarna verzocht zij mij den Heere te danken, wat ik met aandoening des harten mocht verrichten. In den vroegen morgenstond sprak zij met toepassing op zich zelf: Heden zult gij met mij in het Paradijs zijn. Zij gaf te kennen, dat de Heer haar spoedig tot zich zou nemen, doch zij zeide: „zijn raad zal bestaan." ,/Altoos was