is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godvruchtig leven en sterven eener beproefde christin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O eeuwigheid kom ras,

Och dat ik bij u was." enz.

„Ja," zeide zij, „daar zullen zijn nieuwe hemelen en een nieuwe aard." Zij sprak niet anders dan van het heerlijk einde, dat haar wachtte: menigmaal sprak zij met eene heldere stem, zeer opgeruimd :

„Eeuwig zal ik zegepralen!

„Jezus zal mij bij zich halen „Beuwig tot zijn lof en eer;

„Daar is 't heillig, daar is 't veilig,

„Amen! Amen! 't zij zoo, Heer!"

Als de benauwdheden weder sterk werden, riep zij uit: „mij is bange!" Een harer kinderen zeide: „moeder, ik vrees, dat ik geen medelijden genoeg heb met u." Zij antwoordde daarop: „de Almachtige God moet ons hart week maken."

\'rijdag 22 Januari scheen het of er eeuige verandering was. Zij had wat rust genoten en tot onzer aller verwondering gebruikte zij iets tot verkwikking voor haar lichaam. Toen de geneesheer 's morgens haar bezocht, zeide hij: „de pols is iets beter; ik wenschte wel, dat zij nog eens eenige medicijnen gebruikte," want zij had de laatste acht dagen geene geneesmiddelen meer kunnen gebruiken. „Wellicht, ' zei hij, „zou zij nog een weinig beter worden." Zij nogtans zeide: „neen, 't zal haast gedaan zijn, wat ik ook verlang." Dit betuigde zij ook gedurig door eenige toepasselijke versjes, als:

Ik moet naar den hemel Verhinder mij niet,

Wijk, zonden! wijk, lusten!