is toegevoegd aan uw favorieten.

Van 's Heeren wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Scholte schreef in „De Reformatie" na het bekend worden van het K. B. van 2 Januari 1842: „Wezentlijk gemoedelijke godsdienstige ouders zullen eindelijk genoodzaakt worden, hunne kinderen geheel aan het schoolonderwijs te onttrekken, liever dan de zaden van heidendom in de harten

der kleinen te doen strooijen" 33).

Zoo werd dus voor vele ouders de practijk: de kinderen van de verderfelijke openbare school thuis te houden, omdat de zielen daar werden vergiftigd; ze bleven dan maar zonder onderwijs.

Maar in negatie alleen, in klagen, en onttrekken van de kinderen aan het onderwijs, kon de schoolstrijd ook der afgescheidenen niet blijven bestaan; daarvoor bezat de Afscheiding te veel reformatorische kracht. Men zon op mogelijkheid om de kinderen op een of andere manier te

helpen aan Christelijk onderwijs.

Dat is beproefd ook door het verlaten van het vaderland, mee onder de druk van sociale omstandigheden, maar vooral omdat in eigen land voor de vervolgden de vrijheid niet werd gegeven om de kinderen op te voeden naar de eisch van het Verbond en van het Woord. In de veertiger jaren zijn velen vertrokken naar Noord-Amerika 34). Vooral Scholte voelde veel voor het plan. Hij schreef in 1846, dat het plan waarschijnlijk door zou gaan, en voegde daaraan toe: „Er bestaat alle waarschijnlijkheid, dat bij de eerste vestiging genoegzame verzorging zal zijn van Godsdienst en Onderwijs"35).

Dr Beets schrijft in zijn geschiedenis van de Chr. Geref. Kerk in Amerika: „Het hoofdmotief (van de landverhuizing, B.) was hier, naar 't Woord Gods te leven met vrijheid van godsdienst, om het kroost op te voeden naar dat Woord, en om tot zegen te zijn voor 't Rijk Gods" se). Brummelkamp en Van Raalte schreven in 1846 van Arnhem uit aan de geloovigen in de V. S.: „Vooral wenschen wij, dat zij (de landverhuizers) het groote voorrecht mogen kunnen genieten van de kinderen op christe-

naamste geschiedenissen des Bijbels; ja waar dat geschieden kan zonder iemand te

ergeren is het nuttig". ..

In zijn bovengenoemde bestrijding van deze Prentbijbel merkt Kok daartegen op: „Het is... noodzakelijk, om u lezers van den Prentbijbel te waarschuwen, voor zulk een niet ergeren, in zulk een zin gebruikt, zoo als wij zien kunnen in het onderwijs, op zulk eene voorrede gevolgd; dat... wij aan onze beloften door Gods genade mogen voldoen, onze kinderen te onderwijzen te doen en te helpen onderwijzen, in de waarheid, die naar de Godzaligheid is", blz. 4. Met tal van voorbeelden wordt daarna door Kok aangetoond, dat de schrijver van de Prentbijbel dwaalt en het Woord van God verknoeit, met het doel, niet te ergeren.

33) De Reformatie, 2e deel 1842, blz. 117.

34) J. C. Rullmann, De Afscheiding, Tweede druk, Amsterdam 1916, blz. 264.

35) De Reformatie, 3e serie, Ile deel 1846, in een artikel, blz. 355—359: „Aanmerkingen betrekkelijk de Landverhuizing naar Noord-Amerika".

36) Dr H. Beets, De Chr. Geref. Kerk in N. A., Zestig jaren van strijd en zegen, Grand Rapids, 1918, blz. 56.