is toegevoegd aan uw favorieten.

Van 's Heeren wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lij ke scholen onderwezen te zien" 37). En reeds in den winter van 1855/ 1856 beraamde de Kerkeraad der Tweede Geref. gemeente te Grand Rapids een plan, om een Hollandsche school te verkrijgen 38).

De Regeering begon bevreesd te worden, dat te veel bloed aan het land zou worden onttrokken. In de Nederlandsche Staatscourant No 91, van 17 April 1847, kwam een artikel voor, dat uiting gaf aan deze vrees der Regeering, en beproefde, de gemoederen te overtuigen, dat er met het oog op het onderwijs geen reden was tot landverhuizing. Want daarin werd geschreven: „Wanneer men leest hetgeen door de leiders van zekere partij wordt vooruitgezet, dat zij het vaderland verlaten vooral om het gemis aan de noodige vrijheid en gelegenheid „om kinderen op te voeden naar Christelijke beginselen" ... dan aarzelt men even of men zijne oogen zal gelooven ... Vrijheid en gelegenheid om kinderen op te voeden: heeft niet ieder ingezetene van Nederland dezelve? Heeft niet iedereen in Nederland de vrijheid, om zijne kinderen zoodanige godsdienstige beginselen in te boezemen of te laten inboezemen als hij goedvindt? Inderdaad de leiders dier partij laden eene ontzettende verantwoordelijkheid op zich! Intusschen beklagen wij allen, die, door vooroordeelen verblind, of door misleiding bedrogen, ligtvaardiglijk besluiten den vaderlandschen bodem vaarwel te zeggen" 39).

Maar de Nederlandsche Catholieke Stemmen, waaraan dit artikel is ontleend, voegt terecht daaraan toe: „Het is te betreuren, dat die angst haar niet vroeger bezielde; — veel had dan kunnen geschieden om het zinkend vaderland te redden" 40).

Landverhuizing echter heeft maar voor een zeer klein deel der afgescheidenen het schoolprobleem op kunnen lossen. De overgroote meerderheid van hen moest zoeken naar vrijheid in het eigen land. En daarin heeft de Afscheiding getoond, dat de kracht van het beginsel ook zelfs aanvankelijk moedelooze verdrukten tot strijden heeft gebracht.

Wel waren er onder de afgescheidenen lauwen, door moedeloosheid neergebogen. In 1846 uitte Scholte hierover in „De Reformatie" een ernstige klacht41). Maar dat waren niet de toonaangevende stemmen. Reeds in de bange periode van druk hebben de afgescheidenen de handen aan de ploeg geslagen om te doen wat in hun macht was. Toen er nog

37) a. w., blz. 57.

3S) a. w., blz. 411.

39) Nederlandsche Catholieke Stemmen, 1847, blz. 149.

40) a. w., blz. 149.

1') »De zaak van de Christelijke opvoeding, van het Christelijk Schoolonderwijs is nog geen zaak, die de Christenen zwaar op het hart weegt. Nu de oprigting van zoodanige scholen met vele bezwaren en opofferingen verbonden is, blij ven velen rusten in een vruchteloos klagen over den ellendigen staat van het openbare schoolwezen'., De Reformatie, 3e serie, He deel, 1846.