is toegevoegd aan uw favorieten.

Van 's Heeren wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Christelijke scholen nergens sprake was, gingen de afgescheidenen in Dwingelo reeds op eigen houtje en in het geheim een eigen school houden, waar de dominee onderwijs gaf, in het kerkgebouw en onder de naam van catechisatie42). En in 1840 zond de Kerkeraad der Chr. Afgescheiden gemeente te Amsterdam reeds een verzoek aan den Koning, om een diaconieschool te mogen oprichten. Dat gebeurde toen Ds S. van Velzen nog maar enkele maanden in Amsterdam was. De strijdvaardige geest van Van Velzen durfde de zaak wel aan43). Met groote voortvarendheid werd gewerkt, en reeds 23 Aug. 1841 werd de school geopend.

Toen na 1842 het K. B. van Willem II de mogelijkheid iets ruimer begon te stellen, toen kwamen vele dergelijke verzoeken bij de Overheid in. De eigenlijke schoolactie in engere zin begon.

De afgescheidenen begonnen er sterk op aan te dringen, dat de belemmeringen voor de vrijheid van het onderwijs werden weggenomen. In de pers drongen ze hierop aan. Wormser schreef: „Wat verlangen wij reeds nu van den Minister? ... erkenning, ook vanwege het gouvernement, dat de gemengde school facultatief is; dat het wenschelijk is, waar geen overwegende finantieele bezwaren bestaan, in de groote steden, als de bevolking het verlangt, de splitsing te doen plaats hebben"44).

En Scholte schreef in „De Reformatie" in 1842: „Ouders moeten de vrijheid hebben, om hunne kinderen naar hunne overtuiging te doen onderwijzen, en den weg daartoe moet voor den mindervermogende niet geheel worden toegesloten, hetgeen door dit besluit (bedoeld is het K. B. van 2 Januari 1842), Art. 12, geschiedt"45). En later in hetzelfde jaar schreef hij: „De taak van alle ware Protestanten is, in de eerste plaats, om, door onderlinge bijdragen en zamenwerking, Gereformeerde Scholen, in den eigenlijken zin des woords, daar te stellen. En in de tweede plaats ... het uitgeven en verspreiden van waarlijk Gereformeerde leerboeken voor alle takken van het lager onderwijs" 46).

Maar het bleef niet bij persstemmen. De afgescheidenen zonden adressen aan de autoriteiten, aan den Koning of aan de plaatselijke overheid, om vrijheid voor het oprichten van scholen. Soms deden dit enkele particuliere personen, zooals in 1844 in Ommen47), in 1845 in Den Bosch48), in 1846 in Dordrecht49).

In de regel echter was het de Kerkeraad der Chr. Afgescheiden ge-

42) Langedjjk, a. w. blz. 21 v.v.

43) Van Strijd en Zegen, blz. 61.

44) Brieven van Wormser, Deel II, blz. 46.

45) De Reformatie, 2e deel 1842, blz. 117. 40) id. 3e deel 1842, blz. 77.

47) Strijd en Zegen, blz. 128.

48) id. blz. 68.

49) id. blz. 124.