is toegevoegd aan uw favorieten.

Van 's Heeren wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meente, die in eenige plaats adresseerde aan de plaatselijke overheid. Zoo reeds de Kerkeraad van Zwolle in Augustus 1843 50). En daarna tal van kerkeraden, in Leeuwarden, Rotterdam, Leiden, Wildervank, enz. Andere kerkeraden wendden zich tot den Koning met adressen, waarin ze om vrijheid vroegen. Reeds 15 Febr. 1844 wendde de kerkeraad van Uithuizen zich met een adres tot den Koning, omdat hij het openbare onderwijs doortrokken ziet van het Remonstrantisme, en met de begeerte om vrijheid tot het oprichten van een school, „waarvan de stof en het bestuur geheel en al aan hun Kerkgenootschap moest overgelaten worden 51).

Ook de synoden der Chr. Afgescheidenen hadden zich met deze zaak bezig gehouden. De synode van 1837 had in haar nieuwe Kerkorde ietwat gewijzigd in redactie de bepaling van Art. 21 D. K. O. overgenomen. De synode van 1840 zond een adres aan den Koning, waarin de erkentelijkheid der vergadering werd uitgesproken voor wat gedaan werd voor het lager onderwijs, maar tegelijk ernstige bezwaren tegen dat onderwijs werden te berde gebracht. In dat adres werd gezegd: „Doch aleer zij deze eindigen, gevoelen zij zich gedrongen, om Uwe Majesteit hunnen dank te betuigen voor de middelen, die in het werk zijn gesteld geworden, om de klagten, die ontstaan zijn tegen het lager onderwijs, te onderzoeken; ook zij gevoelen zich wegens de inrigting van dat onderwijs zeer bezwaard, en niets zal hun aangenamer zijn, dan dat ook daarin vrijheid geschonken wordt, opdat zij in staat mogen zijn, hunne kinderen overeenkomstig Gods Woord, in de eerste beginselen hunnes wegs te onderwijzen" 52).

De synode van Groningen in 1846 handelde ook over het onderwijs. Haar Acta vermelden: „Is een voorstel gedaan over het aanvragen van vrijheid van het lager onderwijs voor ons Kerkgenootschap, en is geoordeeld, dat de Provinciën aangeschreven zullen worden, de gemeenten op te wekken, om daartoe een adres aan den Koning te zenden, en dat men er bij in aanmerking neme tot eene drangrede, het vertrek van velen naar Amerika, die dit ook onder de bezwaren wegens het verlaten van het Vaderland hebben ingebragt" 53).

50) id. blz. 95.

51) Rijksarchief, Dep. v. Binnenl. Zaken, Afd. Onderwijs, exh. 26 Febr. 1844, no79. Volgens Langedijk, a. w., waren aldaar eerst in 1851 pogingen aangewend, om een Christelijke school te verkrijgen, blz. 46. Het Gedenkboek, Van Strijd en Zegen, meldt dat de Afgescheidenen te Uithuizermeeden omstreeks 1852 besloten, het Christelijk onderwijs ter hand te nemen, blz. 131. Beide is echter onjuist. De pogingen te Uithuizen, Uithuizermeeden en Zandeweer dateeren reeds van 1844.

52) Verslag van de Synode der Afgescheiden Gereformeerde Gemeente in Nederland, 1841, Den Haag, blz. 32.

53) Handelingen en Besluiten der synodale vergadering te Groningen 1846, Art. 83. Van 's Heeren wegen