Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tische (?) vormen van enkele harer voornaamste voorgangers"89). Zoo stond de Afscheiding getypeerd: als een groep van achterlijke menschen, die zichzelf hadden afgezonderd van alle cultuur, en die dus aan hooger onderwijs wel niet konden denken.

Zóó scheen het in den beginne ook inderdaad wel te zijn. Maar in den loop der tijden bleek, dat zich vergiste, wie zoo hen ontzegde alle grijpen naar hooger niveau. De Afscheiding begon wel klein en laag, in de bijna onderste lagen van het volk. Maar ze was reformatie; en die kan niet rusten in het verworven bezit van een boekje in een hoekje. De worsteling voor de school, voor het lager èn het hooger onderwijs, heeft van meetaf op haar programma gestaan. Ze grijpt straks verder om zich heen, naar de wet van het zuurdeeg. Laat het maar de tijd, en ge zult wel zien, dat het het geheele deeg doorzuurt! Zóó is de ontwikkelingsgang in de Afscheiding geweest.

In de tweede generatie kwam de aanraking met de cultuur meer nog dan in het geslacht, dat de Afscheiding zelf had mee doorleefd en tendeele geleid. Toen kwam de vraag op, waarvoor men zich zag geplaatst en die om een antwoord vroeg: hoe staat de Afscheiding tegenover de cultuurontwikkeling? Op interessante wijze werd dit openbaar in een gedachtenwisseling in 1874 tusschen Gispen Sr en A. Brummelkamp Jr. In het Jaarboekje voor de Chr. Geref. Kerk in Nederland voor 1874 schreef Gispen een artikel, waarin hij iemand invoerde, die met de achterlijkheid en bekrompenheid der afgescheidenen de spot dreef, en hun kringen had verlaten, om in de ruimere sfeer van de Ethischen te gaan leven. Dus: iemand, die zich ergerde aan het feit, dat de afgescheidenen zoo ver stonden van de cultuur hoogte van de tijd. Gispen bedoelt hiermee zonder twijfel te bespreken een verschijnsel van zijn dagen, en waaraan meer dan een zich zal hebben gestooten. In zijn artikel wijst Gispen er op, dat de wijzen en edelen voor het grootste deel de Afscheiding zijn voorbij gegaan en toont hij de kleinheid en geringheid der Chr. Geref. Kerk. Derhalve: een verdediging van het kerkelijk en cultureel isolement

der Afscheiding90).

In hetzelfde jaar echter nam A. Brummelkamp Jr in een brochure de pen tegen Gispen op, om te betoogen, dat de Afscheiding wel eerst arm en gering begonnen was — maar haar voorrecht had ze volgens Brummelkamp dan ook duur betaald: „De prijs, waarvoor de Afscheiding haar geboorterecht kocht, was haar isolement. Besloten met het volk Gods

S9) Aangehaald in: Proeve van Inleiding op de Geschiedenis der Afscheiding in Nederland, uitgesproken voor het College van studenten, „Fides Quaerit Intellectum' der Theologische School te Kampen, door C. Mulder. Kampen, Zalsman 1877, blz. 66.

90) God in de geschiedenis. Iets over de kerkelijke afscheiding in Nederland sedert 1834, door W. H. Gispen, Jaarboekje voor 1874, Mengelwerk, blz. 3v.v.

Sluiten