Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. Dat centralisatie in deze zaak weinig uitwerken kan,

acht het niet wenschelijk eene commissie te benoemen, noch om afzonderlijke mannen aan te stellen, die het radicaal van predikant missen.

Zij wekt echter de provinciën, de classes, en de afzonderlijke gemeenten ernstig op, om het Evangelie, hetzij door prediking, hetzij door tractaatverspreiding, hetzij door andere middelen, te brengen waar het niet of zeer onzuiver is.

Op de synode te 's Hertogenbosch in 1875 zijn weer verschillende punten op de agenda. Wij lezen dan:

„De synode oordeelt te kunnen blijven bij het besluit van de synode van Groningen, en dat de arbeid der gemeenteleden onder opzicht van den kerkeraad moet geschieden, opdat de stroom der christelijke werkzaamheid vloeie in de bedding, die de Heere Zelf in ons kerkelijk leven heeft aangewezen, en dat de provinciale commissies zich met elkander om advies in betrekking zullen stellen, doch dat overigens de behartiging ook van de binnenlandsche zending aan de respectieve kerkeraden blijft opgedragen."

Van elke provincie wordt nu voortaan een kort en zakelijk verslag op de synode gebracht, zoowel wat de kerkelijke toestand, als de binnenlandsche zending betreft.

Welke gevolgtrekking kunnen wij uit dit alles maken?

Deze, dat de arbeid van Evangelisatie terstond in kerkelijke banen is geleid. Dat deze roeping door de kerkeraden, door de plaatselijke kerken is verstaan. Vele kerkeraden hebben die taak ter hand genomen. Maar dat óók door de kerken begrepen is, dat niet alleen de plaatselijke kerk een taak heeft, doch dat ook de gezamenlijke kerken in een bepaalde classis, of in een bepaalde provincie, de handen in elkander moesten slaan, om zoo te komen tot meer krachtsontplooiing, tot ruimer arbeidsveld, omdat de kerken het Evangelie hebben te brengen in die streken, die er van verstoken zijn, en het licht van het Woord schijne te midden van de duisternis van het moderne heidendom. Zoo is er in die dagen hard gewerkt. Er is wat gedaan! Dat mag ons wel tot jaloerschheid brengen!

Reeds vóór 1860 is de opzettelijke Evangelisatie ter hand genomen.

In de jaren '60—'70 is er krachtig gearbeid.

In de jaren '70—'80 is er zeer hard gewerkt en met rijke vrucht. De velden waren wit om te oogsten.

In die dagen had de Evangelisatie een bloeitijdperk. De kerken van de Afscheiding hebben niet alleen den stoot gegeven tot de Evangelisatie, maar hebben ook in Gods kracht kloeke daden verricht.

Onmogelijk is het, in zoo kort bestek, u alles te noemen. Slechts enkele grepen kan ik doen.

Vele dienaren des Woords hebben zich toen met ijver gegeven voor de

Sluiten