Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier wordt het zuivere standpunt ingenomen. De grondslag is Gereformeerd. Ieder kan nu meewerken. Hervormden worden terstond met gelijke rechten in de vereeniging opgenomen, als zij aanvaarden het standpunt van de vereeniging. Zoo niet, dan was ook in de vereeniging voor hen geen plaats.

Dat is het echte standpunt. Alléén op dien grondslag samenwerken. Maar dan ook allen. Zelfs de bestuursfuncties werden opengesteld voor leden van de Hervormde kerk. In het bestuur werden gekozen: L. Lindeboom als voorzitter, D. K. Wielenga, als vice-voorzitter, en dan: Dr W. van den Bergh, M. J. Chevalier Jr, Dr S. R. Hermanides, W. van Oosterwijk Bruijn, J. G. W. Zahn, Jhr A. Th. M. van Asch van Wijk, Dr C. Vermeulen.

En hoe is deze arbeid gezegend! Vele vereenigingen en stichtingen zijn later tot stand gebracht.

Ook hier hebben de Kerken van de Afscheiding den eersten stoot gegeven en de hand aan den ploeg geslagen. De beginselen van de Afscheiding hebben doorgewerkt in heel het leven. Wij plukken de vruchten. En op dit eeuwfeest van de Reformatie in '34 denken wij, met dank aan onzen God, aan het groote, dat God ook door de actie van '34, èn voor de Evangelisatie èn voor het werk van Barmhartigheid, heeft gewerkt. Er is gearbeid. Er is wat gedaan! Door de kracht des geloofs!

En tot de Kerken van 1934 zegt God: Bewaart het pand, dat u is toebetrouwd. En wij antwoorden: In Uw kracht, naar Uw Woord, gaan wij verder en wij zullen blijven staan op denzelfden grondslag!

DISCUSSIE REDE Ds FEENSTRA.

Er melden zich drie broeders aan, om iets te vragen of op te merken.

De Heer J. de Bruyn van Utrecht heeft vele persoonlijke herinneringen; het is te begrijpen, dat hij het een en ander heeft gemist. Hij wil graag een kleine aanvulling geven. In 1883 werd te Amsterdam de wereldtentoonstelling gehouden. Daar was toen ook een Bijbeltent; die onderneming werd met kracht gesteund door de Christelijke Gereformeerde Kerk. Vooral Prof. Lindeboom en Ds S. A. van den Hoorn, destijds te Tiel, hebben zich daar veel moeite voor gegeven.

Ds A. P. Lanting te Driebergen vraagt, waarom Groningen, de bakermat der Afscheiding, door den Referent haast niet genoemd is. Spr. wil hier doorgeven, wat hij van zijn vader gehoord heeft, over diens oom Schuringa, die wel preeken ging, en Sprekers vader dan vaak meenam. Als ze dan in

Van 's Heer en wegen

Sluiten