Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heeft men het aantal herhalingen opgeteekend, dan kan men later nagaan, hoeveel herhalingen nu noodig zijn om zonder fout te kunnen reproduceeren ; is het oorspronkelijke getal L dan is A = L — WL, de „spaarmethode". Een andere methode is de treffermethode, waarbij men nagaat, hoeveel juist gereproduceerd wordt met behulp van middelen, die de associaties opwekken.

Hetapparaat, door ons gebruikt voor geheugenproeven en voor de treffermethode, is het apparaat van Ranschburg (demonstratie), waarbij de woorden of de woord-paren in een spleet van het deksel te voorschijn komen. Een cirkelvormig blad papier, in hokjes verdeeld, wordt vastgehecht aan een draaienden cylinder, die telkens door een electromagneet wordt aangetrokken. De snelheid wordt geregeld door een metronoom of door een apparaat van Bechstein, (2 sec, 1 sec, 1/2 sec, 1/s sec). Is het woord in de spleet, dan kan men dit echter ook langer laten staan, daarvoor drukt men op den knop van een morsesleutel, waardoor de stroom zoolang onderbroken wordt. We nemen nu gewoonlijk een combinatie van twee woorden, die in een bepaalde betrekking tot elkaar staan en laten die hardop in trochaeischen rhythmus lezen ; nadat een serie van 9 combinaties gelezen is, wordt een oogenblik rust gegeven en dan komt het eerste van de twee voor den dag, waarop de proefpersoon dan het tweede moet opgeven, b.v. strand-zee werd opgevat en later komt alleen het woord strand (demonstratie).

Associaties. In den eenvoudigsten vorm geschieden deze proeven zoo, dat een woord aan den proefpersoon wordt toegeroepen, die dan zoo snel mogelijk moet zeggen aan welk woord hij nu denkt. Men noemt dit de antwoordmethode, de proefleider spreekt het prikkelwoord uit en de proefpersoon het reaktiewoord. De tijd, die verloopt tusschen dit uitspreken en het antwoord geven, is de reaktietijd.

Men kan ook de woorden laten zien, eventueel in het apparaat juist getoond, en dan door den proefpersoon het reactiewoord laten uitspreken, de zoogenaamde beeldmethode.

Men heeft deze associaties op allerlei wijzen verdeeld, naar gelijkenis en contrast, gelijktijdigheid en opeenvolging; men spreekt ook wel van externe en interne associaties, bij de eerste is dan de toevallige coëxistentie of opeenvolging in waarneming, bij de tweede het logisch verband, dat de associatie opwekt.

Reaktiemethode. Ik sprak boven over den reaktietijd bij de associatie.proeven. De reaktieproeven werden het eerst door

Sluiten