Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSINRICHTING EN BESTUURSORGANISATIE.

Hunne gevoeligheid op dit punt is inderdaad opmerkelijk. Voor een deel vloeit dit ongetwijfeld uit een innerlijk besef van zwakheid voort.

Men weet het wel, dat de inlandsche maatschappij nog niet buiten de Westersche leiding kan, maar men is bang dat te toonen. Want als men dat openlijk toegaf, zou men vanzelf ook niet anders kunnen doen dan krachtig met het Westen medewerken. Maar dan staat men weer bloot aan het verwijt slechts een instrument te zijn in de hand der Westerlingen. En dat wil men vooral niet.

Hoever die schichtigheid van het nationalistisch sentiment soms gaat, wordt misschien het best geïllustreerd door het feit, dat een vooraanstaand Inlandsch Christen — immers was hij Volksraadslid — die zich in Nederland aansloot bij een der Gereformeerde Kerken en dus geacht mag worden niet tot de meest onbelijnde menschen te behooren, de regel stelde: bangsa gaat boven agama, ras gaat boven godsdienst! En hoewel het mij niet onbekend is, dat onder Inlandsche Christenen daarover ook wel anders gedacht wordt, ook daar is sterke prikkeling van nationale gevoelens geenszins afwezig en eerst bij een meer ernstig gebeuren zou kunnen blijken, of ook bij hen ten slotte het ras niet het sterkst spreken zou. En waar de Christelijke religie niet sterk genoeg zou blijken om het rassenverschil te overbruggen, daar is het toch niet zeer waarschijnlijk, dat bloot verstandelijke gevoelens dat wel zouden kunnen bewerken.

De vertegenwoordigers van het revolutionair georienteerde nationalisme hebben er belang bij de natio-

Sluiten